Bètablokkers

Apothekers in West-Vlaanderen doen gouden zaken. Club Bruggesupporters slaan al weken bètablokkers in grote hoeveelheden in. Mijn kinderen spelen voetbal in Diksmuide, een stad in het hart van West-Vlaanderen. De samenstelling van het fancontingent binnen de club is als volgt: een handvol Oostendse successupporters die straks afhaken als de feestjes uitdoven, een diehard ‘Leve Cercle’-man die nog niet doorheeft dat zijn ploeg in tweede speelt, een occasionele Anderlechtadept en de rest aanhangers van Club Brugge. Till they die. Zoals ze beweren. Ik beweeg me ertussen. Nu eens met een glimlach, dan weer met een grijns. Het is gemakkelijk als je neutraal bent. Je kan iedereen steekjes geven, maar er wordt nooit met je gelachen. Als kind heeft mijn vader me altijd geleerd dat fanatisme in het leven een schrijnend gebrek aan perspectief oplevert. We gingen overal kijken. Een keer naar de Veekaa (Kortrijk), dan eens naar Essevee (Waregem), het gebeurde dat we een match van Cercle meepikten waarbij mijn vader altijd het zelfde mopje maakte: ‘Olympia is het veiligste stadion van België als Cercle thuis speelt. Iedere toeschouwer heeft zijn eigen uitgang!’ Ik lachte keer op keer. Vooral omdat hij er zelf zo hard om moest lachen. Maar in de meeste gevallen gingen we toen toch ook naar Club. Omdat daar het meeste te beleven viel.

Ik zag de grote groep Brugse supporters in onze club de jongste weken balanceren tussen hoop, euforie en wanhoop. Ze vermageren zienderogen, zitten zwaar aan de pillen, de drank of de sigaretten. Elf jaar wachten is lang, té lang. Ze kijken voetbal met een geopend potje bètablokkers naast zich om acuut hartfalen te voorkomen. Eergisteren alleen al is het leven van heel wat Clubsupporters drastisch ingekort. Het begon al tijdens Anderlecht-KVO. De bezoekers waren op voorsprong geklommen en toen El Ghanassy en Akpala net voor de rust de doodsteek konden geven stond Nuytinck (van verguisd naar aanbeden op een week tijd) twee keer in de weg. Tijd voor een eerste bètablokker. Bij de (overigens terechte) strafschop hoorde ik ‘Anderlecht penalty’ door hun hoofden galmen en waren ze toe aan een tweede pil. En toen iedereen al zeker was van 1-1 en Okaka paarswit alsnog drie punten bezorgde, sloegen ze de pot met pillen van de tafel om die tot hun scha en schande snel weer bij mekaar te moeten zoeken voor wat nog volgde. Het scenario van AA Gent-Club moet ik u niet meer beschrijven. Doelpunt Depoitre. Bètablokkertje. Geweldige redding Butelle. Alweer een pil. Izquierdo bevrijdde niet alleen zijn ploegmaats maar ook de hoofden en de harten van duizenden supporters. Zij dromen maar van één ding. De revanche voor het trauma van 2010 toen Anderlecht in Brugge kampioen ging spelen. En laat ons als neutrale toeschouwer eerlijk zijn. Het zou verdiend zijn. Maar of de bètablokkers de komende dagen en weken onaangeroerd blijven. Ik durf het te betwijfelen. Vraag anders in Amsterdam maar eens wanneer je een titel het beste viert.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van dinsdag 10 mei 2016)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s