Erik met een k

Geen mooier plekje om met de fiets te rijden dan langs de IJzer. De kracht en de pracht van de Westhoek in al hun glorie. Dwars door het slagveld. Onthaasting in de overtreffende trap. Het parcours biljartlakenvlak. Maar vaak veeleisend gemaakt door de elementen. De wind tovert het stuk naar Knokkebrug soms om in een gemene col en de kronkel vanuit Diksmuide naar de bocht van Tervaete in een vliegmeeting waar je moeiteloos vijftig kilometer per uur haalt.

Vlak na de eeuwwisseling reed ik het traject minstens vijf keer per week. En op die tochten zag ik heel dikwijls twee blauwe stippen naderen vanuit de verte. Als ze op tweehonderd meter waren maakte ik een U-bocht en zette me recht op de trappers. Er was een serieuze inspanning nodig om me in het wiel van de twee kranige vijftigers te nestelen. Het waren dan ook niet de minsten. Ik knikte. Zij knikten terug en reden door. Erik De Vlaeminck en Norbert Dedeckere. De ene zeven keer wereldkampioen bij de profs, de andere een keer Belgisch en een keer wereldkampioen bij de amateurs. Als siamese tweelingen bolden ze duizenden kilometers voor, door en bachten de kupe. Altijd in een uitrusting van de nationale ploeg. Van zodra het weer het toeliet in korte broek.

De aaibaarheidsfactor van Erik was nochtans veel groter dan die van zijn broer Roger. Erik was warm.

Er werd hard gefietst. Op verzetten die indruisten tegen de moderne trainingsleer. Elke pedaalslag van De Vlaeminck en Dedeckere kwam aan als een uppercut van een zwaargewichtbokser. Talrijke keren staarde ik urenlang op de benen van de zevenvoudige wereldkampioen. Erik met een k want zo wou hij het zelf. ‘Ik heb liever de k dan de c, Karl’, zei hij dan. ‘Ik ook’, lachte ik terug. En ondertussen droop de klasse nog altijd van zijn kuiten. Niet zelden droomde ik weg in zijn wiel. In een vlucht door de vaderlandse wielergeschiedenis. Van Beasain over Magstadt naar Londen en Zolder waar hij met de derde wereldtitel van Mario De Clercq afscheid nam als bondscoach.

Veel werd er op die fietstochtjes niet gesproken. Hard rijden. Daar draaide het om in het leven. Af en toe gaf hij een kleine tip. Immer doordacht, altijd juist. Maar nooit liet Erik in zijn getormenteerde ziel kijken. De aaibaarheidsfactor van Erik was nochtans veel groter dan die van zijn broer Roger. Erik was warm. En nochtans heeft het leven hem serieus op de proef gesteld. Jempi Monseré, verslavingen, de dood van zijn zoon Geert, de ruzies met zijn broer, depressies, parkinson, alzheimer. Zeventig jaar is geen leeftijd om het tijdelijke voor het eeuwige te ruilen. Maar toeval bestaat niet. Eerder dit jaar overleed zijn maat Norbert Dedeckere, amper 66 jaar oud, aan de gevolgen van kanker. Als er ergens een wielerhemel is, wordt het onafscheidelijke duo herenigd. Ik wens ze daarboven nog veel trainingsritten toe. Met zoon Geert. En misschien rijden Jempi Monseré, Briek Schotte en Rik Van Steenbergen ook nog wel eens mee en bolt Lomme Driessens met de volgwagen achter hen aan. De blauwe brigade op weg naar eeuwige rust. Engelen van de fiets.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van 5 december 2015)

Advertenties

7 gedachten over “Erik met een k

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s