Crème au beurre

Vrijdag heeft Niko Eeckhout in Zwevezele zijn laatste koers gereden. Op 16 december wordt hij 43 jaar, de oudste renner in het Belgische profpeloton. De nieuwe ouderdomsdeken is zes jaar jonger en wereldkampioen. Sven Nys is de opvolger. Ik heb me bewust niet geïnformeerd naar de manier waarop het afscheid is verlopen. De romantiek van een carrière van 21 jaar schuilt in kleine dingen. Daarom stel ik me het liefste voor dat hij na de koers zijn bovenlichaam proper wreef met een aftands washandje, een nieuwe onderlijfje en thermojasje aantrok en met de fiets naar huis reed. Waarna hij zijn trouwe metgezel met een emmer lauw water schoonmaakte om uiteindelijk samen met de familie een ouderwetse taart met veel crème au beurre aan te snijden. Een ander afscheid kan ik me bij Niko Eeckhout niet voorstellen. Hij is niet de man van de grote gebaren, wel van de eenvoud: ‘Koersen is zere rien!’ Het DNA van Briek Schotte leefde verder in een Wielsbekenaar met een kop van graniet en kuiten waarop je kon manillen.

Bijna honderd overwinningen staan op de teller. Belgisch Kampioen in Antwerpen in 2006, de titel met de meeste uitstraling. Van de zege met de grootste panache was ik in 2001 getuige vanop de motor. Ik was de knopjes van de intercom, de microfoon en de koersradio nog aan het controleren toen tussen het geruis door de eerste aanval in Dwars door Vlaanderen werd gemeld. De vlag was nauwelijks naar beneden of de Lotto-ploegmaats Thierry Marichal en Niko Eeckhout snelden ervandoor. ‘We wilden een waaierke trekken. Toen we achterom keken, zagen we dat niemand op onze invitatie inging. We bleven rijden’, zou Eeckhout 193 kilometer verder als winnaar declameren. Na een apocalyptische dag. De Vlaamse Ardennen bogen onder de windvlagen, felle regen geselde te magere rennersbenen, koeien bleven op stal en honden lagen voor het haardvuur. Ongenadige omstandigheden. Twintig minuten hadden ze nodig om een kans te maken, ze kregen er nauwelijks tien. Toen op de Oude Kwaremont Marichal niet langer in staat bleek om Eeckhout te volgen, stond hij er nog ruim vijftig kilometer alleen voor. Ik leed kou op de motor, maar kreeg het warm van binnen toen ik merkte dat hij het zou redden. Niko haalde onvermoede krachten boven, bleef malen op dat grote verzet. Zoals zo vaak reed zijn broer Jan mee. In 1994 het slachtoffer geworden van een weekendongeval met vier doden. Niko sprak er nooit over, maar Jan was er wel. Altijd. In Waregem wachtte hem een erehaag. Een zege als metafoor van een carrière. Die van de onwrikbare doorbijter. Je broer zou fier geweest zijn, Niko. Geniet van je stuk taart, het is dik verdiend!

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 12 oktober 2013)

Advertenties