Durf te vragen (bis)

Vorige week lanceerde ik hier een oproep voor een goed gesprek met Johan Bruyneel, een eerlijke niets verhullende babbel. Een gesprek waarin alle vragen mochten worden gesteld zonder dat ze vooraf met advocaten moesten worden doorgenomen. Ondertussen verslikte mijn mailbox zich al een paar keer in de groeiende nieuwsgierigheid van de lezers van deze krant en van de volgers op Twitter: ‘En, al een antwoord gekregen van Johan?’ Bij elke inkomende mail hoopte ik stiekem dat er één met de extensie @johanbruyneel.com bij zou zitten, want uiteraard heb ik mijn column ook ondersteund met een vraag per mail, afgesloten met de woorden: ‘Van een goed gesprek is uiteindelijk nog nooit iemand gestorven! Mvg.’ Naïef ben ik nu ook niet. De kans dat er een positief antwoord zou komen was klein, een afwijzing leek me realistischer. Mensen van het slag Bruyneel hebben de touwtjes van de gewillige houten poppen liever zelf in handen. Als je weigert marionet te spelen in hun kunstmatig gecreëerde wereld is de geliefkoosde tactiek de negatie. Ik kreeg tot dusver nog geen persoonlijk antwoord van Johan Bruyneel. Als dat er nu nog niet is, ga ik ervan uit dat het niet meer komt, want een reactie van hem op de column is er ondertussen wel.

Niet op mijn vraag, maar op een gelijkaardige mail van de alerte S.K. uit Leuven. Die stuurde Bruyneel na het verschijnen van de column een link door met de mededeling: ‘Misschien wel het overwegen waard.’ Amper een uur en elf minuten later had S.K. al een antwoord. Simpel maar duidelijk: ‘Te regionaal…’ Schamperend. Ik had niets anders verwacht. De metamorfose was de jongste jaren niemand ontgaan. Sinds Lance Armstrong het fortuin van Johan Bruyneel verzekerde, zijn megalomanie en minachting zijn leven gaan beheersen. Zijn geboorteland is voor hem niet meer dan kneuterig dorp. Zijn geboortestad een primitief tentenkamp. Na de vlucht uit Madrid woont hij nu in Londen. Metropolen. Dat hij ooit in Izegem is geboren en opgegroeid is hij waarschijnlijk al vergeten. Gelukkig verdampt bedrog niet in de anonimiteit van het wereldburgerschap.

De volledige waarheid komt ooit aan het licht. Niet het gekleurde en onvolledige verhaal dat ons vorig week uit ons bed hield. De grote trafieken uit het recente verleden blootleggen en de linken zoeken naar het hedendaagse wielrennen moeten topprioriteiten zijn voor bondsinstanties, justitie en de onderzoeksjournalistiek. Dat zijn we elk kind dat ervan droomt om coureur te worden verplicht. Maar uitvlooien of Pietje Puk zijn brieven in Keteldorp op amfetamines bestelde, zoals ze bij onze buren momenteel aan het doen zijn, is daarbij minder relevant.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld op zondag 27 januari 2013)

Advertenties