Verleden en toekomst

‘Ik had het gevoel dat ik op een filmset was beland, of in een tot leven gekomen ansichtkaart. Ik zat op een tuinstoel en keek uit over het Toscaanse heuvellandschap. Olijfbomen, een gouden gloed, onvervalste Michelango-taferelen. Het was 31 augustus 2001, een maand na de Tour. Ik had er op gerekend dat Bjarne er wel over zou beginnen, maar had niet gedacht dat hij zo voortvarend tewerk zou gaan. Bjarne leunde achterover, nam een slok van zijn wijn en vroeg me: ‘Heb je wel eens een bloedtransfusie gehad, Tyler?’ Ik schudde met mijn hoofd. Bjarnes blauwe ogen begonnen te fonkelen. ‘O, je zult het geweldig vinden!’’ Bjarne is uiteraard Riis. Tyler dan weer Hamilton. Die laatste was uitgespuwd door Lance Armstrong omdat hij binnen de US Postal-ploeg steeds meer een bedreiging voor de kopman vormde. Hij verbeterde zijn besttijden op de Monzuno, het geliefde trainingsklimmetje van Dr. Ferrari en trapte 6,8 watt per kilogram lichaamsgewicht. Waarden van een potentiële Tourwinnaar. Hamilton verkaste dan naar CSC. Uiteraard had hij bij US Postal al bloedtransfusies gehad. Waarom hij erover loog tegen Riis weet hij zelf niet. Het fragment komt uit het boek The Secret Race waarin Hamilton het hele systeem blootlegt.

Bjarne Riis heeft geen scrupules, liet Steven De Jongh eergisteren een contract als ploegleider bij Saxobank tekenen. De Jongh stapte onder druk van een loodzwaar dopingcharter op bij Team Sky. De vlucht vooruit. Riis heeft lak aan charters, denkt alleen aan winnen en geld. Ten koste van alles. Ik ben een voorstander van tweede kansen, vind De Jongh een fijne vent. Toch snap ik zijn beslissing niet. Rehabiliteren bij Bjarne Riis. Was er geen betere keuze? De bedoelingen van Riis zijn doorzichtig. Hij wil via de Nederlander een inkijk in de keuken van Team Sky krijgen. Bradley Wiggins en Chris Froome zijn straks in Frankrijk de concurrenten van Alberto Contador. Riis aast op een paar kleine en misschien wel grotere bedrijfsgeheimen.

Ik zou ermee kunnen leven dat Lance Armstrong en Johan Bruyneel heel lang uit de wielerwereld worden gebannen, maar dan moeten voor anderen die er in dezelfde periode gelijkaardige praktijken op nahielden dezelfde wetten gelden. Riis nam doping als renner en leidde zijn renners naar bloeddoping. Daar bestaan getuigenissen van. Wat is er nog nodig om iemand te excommuniceren? Hebben Pat McQuaid en Hein Verbruggen dat boek van Hamilton al gelezen? Of doen ze nog maar eens alsof ze van niets weten. Zoals het altijd is geweest. Als klopt – wat Lord Byron ooit zei – dat de beste profeet voor de toekomst het verleden is, is er nog geen beterschap op komst. Helaas.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 13 januari 2013)

Advertenties