Godverdomme

In 2007 schreef ik onderstaande column over Hein Verbruggen in een toonaangevend Nederlandstalig sportmagazine. Na die column hebben ze me niet meer gevraagd om nog iets te schrijven. Ik heb daar nooit bij stilgestaan, maar na de heisa van de voorbije anderhalve week vraag ik me plots wel af of er een correlatie is tussen de inhoud van de column en het niet meer gevraagd zijn. Of, hoever reiken de tentakels van een wielerpaus?

Godverdomme

8 juli 1998. Den Dronckaert. Rekkem. Transport exceptionnel. Willy Voet passeert met een lichtontvlambare lading, maar zonder vervoersdocumenten de Belgisch-Franse grenspost. EPO waarmee drie Qatarese sjeiks hun zestig kamelen gemakkelijk dertig klassiekers laten winnen, groeihormoon waarmee klein duimpje om te bouwen is tot een gevaarlijke Hercules én amfetamines en testosteron waarmee je probleemloos een roedel wielerverzorgers (Jef D’hondt inbegrepen) drie weken lang als Duracell konijnen laat trommelen terwijl ze tussendoor in de hotels de kamermeisjes alle hoeken van de aanwezige suites laten zien.

Het was tijdens de Tour van 1998 en naar aanleiding van bovenstaand akkefietje in Rekkem dat ze ons naar UCI-voorzitter Hein Verbruggen in Zwitserland stuurden. De toenmalige brandweercommandant hield zich ver van de brandhaard. De paus of liever God had ons, terwijl de Tour in lichterlaaie stond, in Lausanne een audiëntie toegestaan in zijn stijlvolle appartement met zicht op het immense Lac Léman. Hein Verbruggen, de zelfverklaarde wereldverbeteraar, topmarketeer, hervormer en dopingjager. Toen de deur openzwaaide liet niets vermoeden dat voor ons de leider van de meest getormenteerde sport ter wereld stond. We hadden nooit gedacht dat God zo hartelijk was. De vleesgeworden gastvrijheid. Vrolijk en opgewekt. Fier op zijn stulpje. Maar eens de camera aan het draaien gedroeg de Almachtige zich helemaal anders. Aangeslagen, onwetend, de vermoorde onschuld. ‘Natuurlijk had ik dit nooit zien aankomen. Ik ben geschokt door de omvang van de vangst. Hopelijk is de tumor nu weggesneden. Ik moet dit eerst verwerken.’ Vermakelijke onzin. Goedgelovig en onervaren als we toen waren, besloop ons bijna een gevoel van medelijden met de Nederlander. Een jaar eerder was er nog leedvermaak bij de gemiste penalty van Seedorf, nu medelijden. Als we bijna tien jaar en evenveel bekentenissen later terugdenken aan de ontmoeting van toen rispt het maagzuur op tot in onze slokdarm. Hij wist gewoon alles. In december van 1996 zit God al samen (i.e. sluit een pact) met een select gezelschap aan baarlijke duivels. Bjarne Riis en Richard Virenque op kop. Superusers zoals ze binnen het milieu bestempeld werden. Niet veel later wordt ter gelegenheid van de Ronde van Valencia een vergadering belegd. Thema: de invoering van de hematocrietgrens. De Franse renner Erwan Menthéour is tijdens bewuste bijeenkomst een vurig pleiter om de grens op 53 te leggen. Een waarde die ook Hein Verbruggen in zijn hoofd heeft. ‘Dan zou er in de Giro van 1999 nooit een geval Pantani geweest zijn’ (sic) was de uitleg van het opperwezen jaren later. Je moet maar durven. De grens wordt uiteindelijk op 50 gebracht omdat de dokters van de ploegen vrezen voor ongevallen. De eerste die tegen de hematocrietlamp loopt, is – o ironie – de domste ezel van het peloton, Erwan Menthéour zelf.

Voorvallen die vlot de pers halen. Voor de Internationale Wielerunie een commerciële tegenvaller. Vanuit Zwitserland wordt aan de ploegen en renners geadviseerd om zelf bloedcentrifuges aan te schaffen om de hematocrietwaardes van renners te meten. Toestellen die ongeveer 17000 euro kosten en gratis kunnen worden geijkt in het wielercentrum van de UCI in Aigle. Ook de wielerfederaties hebben zo’n centrifuges in hun bezit om op kampioenschappen niet voor onaangename verrassingen te staan. Zo zou de Belgische wielrijdersbond een tijd gebruik hebben gemaakt van een afdankertje uit de privé-collectie van één van zijn coaches. Wenkbrauwengefrons. Gekke gewoontes tot stand gekomen onder het bewind van de vorige UCI-voorzitter. ‘We kunnen het probleem niet oplossen, we moeten het gewoon onder controle houden’, liet Dieu zich ooit ontvallen in de Gazet van Antwerpen. Noem het schuldig verzuim of medeplichtigheid, maar zeker niet onwetendheid. Waar is Hein nu? Doe vooral geen poging om je in zijn universum in te leven. Hij is notoir lid van het Internationaal Olympisch Comité en frekwenteert dezelfde hotels als Jacques Rogge. Hotels waar wij door de portier al met een scheef oog worden bekeken als we de stoeprand naderen. Zijn ego is de wielersport ontstegen. Hij zal de wereldsport redden. Als hobby organiseert hij vanop planeet aarde wedstrijdjes tussen Jezus en Sint-Pieter in de hemel. Lomme Driessens is sportdirecteur van de eerste, Briek Schotte en Rik Van Steenbergen begeleiden de tweede. Zelfs de bidon van Jef is er behoorlijk populair. Bloedtransfusies kennen ze er ook, maar daar maken ze zich net als hier gemakkelijk van af. ‘Dit is mijn bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden.’ De Pro Tour een doodgeboren kind, het dopingprobleem nog groter dan bij de oerknal in 1998, de UCI een federatie zonder gezag. De erfenis van God. We riskeren zonder twijfel een veroordeling wegens blasfemie. Tot daar aan toe. Spreek en je zal gezond worden. Amen.

(column verschenen in 2007)
Horen, zien en zwijgen?

Advertenties