De dood is een schoft

Het was een onweerachtige avond aan het Manoir de Villers. En plots kwamen ze aanwandelen. Ik bekeek ze vanuit het openstaande camperraampje. Zij, mooie blondine van een fijne statuur, maar met een paar stevige rennerspootjes onder het strakke lichaam. Hij, bink, rechterhand in de zak, Navypetje op. Puur geluk. Katrien en Rob. Ze hadden nog geen woord gesproken en ik wist al dat het goed zat voor de uitzending. Dan kwamen ze dichter en sloegen we een praatje. Ze beantwoordden mijn vragen in het plat Kempisch. Ik glimlachte en dacht aan Tom Boonen, wist ook dat Tom hem een sms had gestuurd toen Rob zijn entree bij de profs had gemaakt met een overwinning. ‘Ik hoop hier ooit nog eens terug te keren als wielrenner’, zei hij zachtjes. Ik trok me terug in de camper om de uitzending voor te bereiden, zij knepen in elkaars hand en mengden zich tussen onze mensen. Pasta met pesto en gebakken kippenborst met een gesmolten sneetje mozzarellakaas. Ze genoten, deden dat de hele avond.

Zelfs toen het onweer driekwartier voor het programma losbarstte en de hele ploeg in allerijl een praatset in de hall van het gastenhuis installeerde. ‘We hebben geluk!’, fluisterde hij me toe toen het vijf minuten voor we live gingen stopte met regenen en de wind ging liggen. Het werd stil en rustig. Niets liet vermoeden dat de stilte onheilspellend was. Rob was wat zenuwachtig in het begin, maar ontdooide snel, keek lieflijk naar Katrien toen ze begon te vertellen. Een zacht wielerkoppel stapte schuchter uit de anonimiteit. Van ijshockeyspeler tot wielrenner. Het verhaal druppelde zachtjes Vlaamse woonkamers binnen. 755.413 kijkers maakten kennis met Katrien Van Looy en Rob Goris. Fier vertelde hij over ‘de Pappie’ (de 78-jarige Rik Van Looy) die tegen 55 kilometer per uur in zijn wiel bleef zitten langs het kanaal. ‘Wat moet dat vroeger niet geweest zijn?’ Trots op de opa van zijn vriendin.

‘Nog veel geluk in jullie jonge leven!’, waren mijn laatste woorden. Me onbewust van de draagwijdte ervan. Dat geluk zouden ze zelf wel afdwingen. Daar was ik na de aangename kennismaking zeker van. Een stevige pol voor Rob, een kus voor Katrien en we verdwenen de nacht in. Plannen makend voor een nieuwe aflevering van Vive le Vélo! Nimmer denkend dat een surplace van een jong rennershart die uitzending een totaal andere toon zou geven. Het gebonk op de slaapkamerdeur voorspelde weinig goeds. Maar dit was toch onmogelijk. Een gebroken sleutelbeen, een klaplongetje of gescheurde ligamenten. Tot daar nog aan toe. Maar de onomkeerbaarheid. Dat kon toch niet waar zijn. Ik onthou één ding van deze eerste Tourweek: de dood is een schoft!

(tekst verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 8 juli 2012)

Rust zacht, Rob!

Advertenties