Tafel 21

Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak. Sprookjes bestaan. Het begon als een zot idee op een brainstorm over ons jaarlijkse Tourprogramma. Gezeten rond een simpele vergadertafel spuwden we voorstellen. ‘Wat als we de technische scholen in Vlaanderen nu eens de kans geven om de tafel voor Vive le vélo! te ontwerpen?!’, was er één van. Er was niet meteen applaus. Maar evenmin hoongelach. Het idee sijpelde langzaam door en tijdens de lunch vroegen we ons af hoeveel scholen op de kar zouden springen. ‘Vijftien’, was de meest optimistische (onder)schatting. Toen er op een paar dagen tijd ruim negentig ontwerpen in de mailbox tourtafel@vrt.be gleden, wisten we niet waar we het hadden. Uiteindelijk gingen tweeënveertig scholen aan de slag. Het resultaat presenteerden ze vorige week vrijdag in het Kasteel van Gaasbeek.  Hele klassen en vakleerkrachten, fier op zoek naar de erkenning die ze allemaal verdienden.

Pas daar drong de draagkracht van dit project helemaal tot me door. Vele uren werk moesten door ons (Lieven Van Gils, twee regisseurs, een producer, een lichttechnicus, een eindredacteur en mezelf) op een kwartier worden beoordeeld. Tijdens de eerste pauze keek ik Lieven in de ogen en ik zag hem hetzelfde denken. Ontroering en bewondering hadden zich van ons meester gemaakt bij het aanschouwen van de resultaten. Scholen kwamen en scholen gingen. Ze monsterden mekaars ontwerpen, waren kritisch, maar vaak ook vol bewondering voor het vakmanschap van de collega-studenten. Twee nachten heb ik er mijn slaap voor gelaten. Urenlange discussies hebben we gevoerd. Uiteindelijk is het VTI Torhout als winnaar uit de strijd gekomen, maar de tafel had evengoed uit Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg of Vlaams-Brabant kunnen komen. Kiezen is altijd verliezen.

De warme gloed die ons tegemoet rolde toen we de speelplaats opreden, vergeet ik niet snel. Een school in extase en tranen bij de talentvolle ontwerper Aaron Van der Cruyssen, 17 jaar oud pas. De tafel bleek zijn persoonlijke sprookje. ‘Slim genoeg om net als zijn tweelingbroer Latijn-Wiskunde te volgen’, vertrouwde de directeur me toe. Maar Aaron wou – zeer tegen de zin van zijn ouders – de houtbewerking in. ‘Ik zal mijn vader maar eens bellen’, genoot hij luttele minuten nadat hij doorhad dat zijn ontwerp een hele maand op televisie te zien zal zijn. Het technisch onderwijs mag de perceptie dan al wat tegen hebben. De begeestering van tientallen jongeren in heel Vlaanderen heeft het imago van een hele richting op een paar maanden tijd helemaal opgekrikt. Af en toe heeft de topsport mooie nevenverschijnselen. De jeugd deugt wel!

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld op zondag 10 juni 2012)

Advertenties