Tom & Thomas

Soleren op een fiets is de ultieme oefening in eenzaamheid. Behalve als je alleen naar de aankomst rijdt en weet dat alle anderen vergeefse moeite doen om je terug te halen. Als renner is het het mooiste wat er bestaat. Mentaal en fysiek overwicht samengebald in één inspanning. De werkwoorden genieten en afzien als getrouwd koppel. Voor de occasionele koersvolger is er weinig aan. De spanning wordt te snel uit de wedstrijd gedistilleerd. Er hangt bovendien subjectiviteit aan de beleving van een solonummer. In Frankrijk, Spanje, Nederland en Italië heerste ontgoocheling toen bleek dat Tom Boonen op weg naar de velodroom in Roubaix niet meer zou worden bijgehaald. Datzelfde gevoel overviel ons en de rest van Europa (min Frankrijk) toen woensdag snel duidelijk werd dat Thomas Voeckler de Brabantse Pijl naar zijn hand zou zetten.

Individuele inspanningen zijn saai. Of niet? Ik hou het bij het laatste. Projectie in het hoofd van de aanvaller-met-dienst helpt. Wat zou er in die mens omgaan? Bij Tom wist ik het niet. Hij ging diep, maar moet het al snel hebben geweten: ‘Mij zien ze niet meer terug!’ Dat hij op dat moment aan zijn ouders en aan Lore dacht. Ik kwam er niet op. Aan de sceptici. Dat wel. Kus allemaal mijn edele delen. In elke mens zit toch een beetje revanchist. Het klonk in geen enkel interview door. Tom had ruim een uur de tijd gehad om er over na te denken en de (af)rekening al gemaakt onder het fietsen. Zijn inspanning was krachtig, maar sereen. Hij perste het uiterste uit zijn verwrongen ledematen en genoot ingetogen. Geen tierlantijntjes. Geen overdreven pathetische gebaren, geen engeltjes uit achterzakjes, geen smoelenwerk. Eén keer een vinger naar de camera: ‘Voor jou, Lore!’ en dan nog eens vier voor het aantal overwinningen in Roubaix. Het grootste geluk diep van binnen gesavoureerd.

Thomas Voeckler deed het opzichtiger, dacht aan de samenstellers van de jaaroverzichten. Eens zijn voorsprong de halve minuut had bereikt, ging de mond niet meer dicht. Zijn tong maakte bochten als op een achtbaan. De focus lag op de duur meer op de mimiek dan op de prestatie. Hij was alleen nog bezig met de camera. Solo’s op de fiets. Ze bestaan in diverse vormen. Geen wonder dat het in de Tour van een paar jaar al eens botste tussen Tom en Thomas. Wat voor de ene een klap is, is voor de andere een aai. Maar de prestaties zijn allebei uitzonderlijk. Boonen en Voeckler zijn uitstekende renners. En wat maakt het dan uit of tegenstanders tot de eerste, tweede of derde klasse behoren. Tom en Thomas gaan er graag voor. Antipoden van Joop, gulzig in de inspanning, miniem in het profitariaat.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 15 april 2012)

Advertenties