Discotheek

‘Boven op de berg, ja daar staat een kleine dwerg!’ en ‘Ik wil sex met die kale!’. Discotheek Koksijde draaide gisteren al op volle toeren. Bocht 7 op Alpe d’Huez uitgesmeerd over een parcours van drie kilometer. Ongeremd feestende Nederlanders na de zegetochten van Mathieu Van der Poel en Lars van der Haar. De zeldzame kuifleeuwerik ontvluchtte het stiltegebied in de duinen richting De Panne. Hij maakte plaats voor de echt vreemde vogels. Mannen met een spandoek ‘Roze is voor janetten’ (alluderend op de kleur van de fiets van Zdenek Stybar), een zonderling met een gigantische kikker over zijn voorhoofd gedrapeerd of fans van Rob Peeters die de parodiërende slogan ‘Het is feest als Rob (in plaats van Bob) rijdt!’ met zich meezeulen. Het voorspel op het volksfeest was veelbelovend. Dat Nederland de mooiste prijzen pakt en dat het dat ook deze ochtend met Marianne Vos gaat doen, vindt niemand erg. Als het straks maar goed komt. Het drukst bezochte wereldkampioenschap in de geschiedenis van deze sport smeekt om een Belgische winnaar.

Van der Poel, van der Haar, Vos. Wiens familienaam met een V begint, maakt vanmiddag veel kans. Vantornout of Van Amerongen dus? Weinig waarschijnlijk. Laat ons eerlijk zijn. Slechts vier atleten kunnen vandaag wereldkampioen worden: Albert, Nys, Pauwels en Stybar. Drie Belgen en een Tjech. Microkosmos cyclocross. Het minuscule karakter van het veldrijden wordt elk jaar iets scherper afgetekend. De internationalisering van deze sport moet – wars van het gekwaak van de UCI – niet au sérieux worden genomen. Dat de Nederlandse Omroep Stichting op zaterdag zelfs de moeite niet doet om de titelstrijd bij de juniores en de beloften uit te zenden, terwijl de wereldtitels van Van der Poel en van der Haar op voorhand te voorspellen waren, zegt veel over het dédain waarmee de sport in het buitenland wordt bekeken. Veldrijden als folkloristisch regionaal gebeuren. De kans op wereldwijde erkenning wordt steeds kleiner.

Misschien zit er een plaatsje in op de lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid van UNESCO, zoals de Gilles van Binche en het carnaval van Aalst daar al een tijdje op prijken. Maar laat ons die kandidatuur nog even uitstellen en het genot van deze dag niet vergallen. Straks zien ruim één miljoen mensen hoe een Belg voor – al dan niet misplaatste – euforie zorgt. En ook wij als televisiezender gaan volop mee in de gekte. Om kwart voor elf duik ik de studio aan de aankomst in om er niet meer uit te komen voor zes uur. Mijn vriend Mart Smeets zal me ongetwijfeld gek verklaren, maar dat neem ik er voor één keer graag bij. Puur genot is het, Mart!

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 29 januari 2012)

Advertenties