Herr Daum

Karl Vannieuwkerke vindt dat de supporters van Club Brugge beter verdienen, maar ook dat winnaars altijd gelijk hebben…

Op 13 november vierde Club Brugge zijn 120-jarige bestaan met een academische zitting in het Jan Breydelstadion. Patrick Orlans herbeleefde zijn eigen jeugd door er de Prehistorie aan mekaar te praten, de boegbeelden van de club (wat blijft Raoul Lambert toch een mooie man) werden gehuldigd en een jubileumboek voorgesteld. Maar het hoogtepunt moest van Christophe Daum komen. Pas aangesteld als nieuwe hoofdtrainer zou hij de blauwzwarte familie een boodschap van hoop meegeven: ‘Ik veronderstel dat jullie Duits beter is dan mijn Engels. Dus spreek ik Duits!’ De toon was gezet. Daum was niet gekomen om te assimileren, maar om te beleren. En om te imponeren. Hij haalde er een stukje Brugs cultureel erfgoed bij om dat te doen. Lodewijk van Gruuthuuse was volgens Daum de man die in de toekomst het verschil zou maken bij Club Brugge. ‘Mehr ist in Ihnen!’, orakelde de snor. Hij had het wapenschild van de familie Gruuthuuse in de stad gezien of was het tegengekomen bij een googlezoektocht naar leuke weetjes voor zijn maidenspeech. En op dat schild stond in kalligrafische letters: Plus est en vous! ‘Ik ga elk lid van deze club boven zichzelf laten uitgroeien!’, klonk het. Alsof zijn voorganger dat niet had geprobeerd, alsof die er zelfs nooit was geweest.

De realiteit is dat Club Brugge onder Daum zijn eerste vier wedstrijden won, maar dat het de jongste twee jaar nooit armtieriger voetbal heeft gebracht dan in die vier matchen. Pas als ze door de omstandigheden (3-0 achter na 70 minuten in Maribor) verplicht waren om te doen wat Adrie Koster hen altijd opdroeg, aanvallen, werden we ons bewust van de meerwaarde van een aantal spelers. Een goed kwartier ‘Sturm und Drang’ onder druk van de omstandigheden volstond daarvoor.

Zou Koster in Nuenen, in Noord-Brabant, naar de wedstrijd hebben gekeken? Mocht hij dat hebben gekund (want ik vermoed dat EXQI in Nederland niet te bekijken is), heeft hij het dan ook gedaan? In de veronderstelling dat hij dat wel heeft gedaan moet hij na zeventig minuten hebben gedacht: ‘Die mannen kunnen toch beter dan dit?!’ Toen we nog eens twintig minuten verder waren en het 3-4 stond dacht Koster alleen nog: ‘Hoeveel geluk kan een Duitser hebben en hoeveel tegenslag heb ik eigenlijk gehad?’ Uiteraard is het te vroeg en intellectueel oneerlijk om na vier wedstrijden conclusies te trekken. En wie wint heeft altijd gelijk. Zo gaat het nu eenmaal in de sport.

Maar toch, Herr Daum, weten we één ding zeker: het Brugse publiek verteert bunkervoetbal maar heel even. Ook in de stad van Lodewijk van Gruuthuuse verkiezen ze champagne: ‘Plus est en eux!’

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 4 december 2011)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s