Hersenschudding

Doelman Myhill zwaaide fel met de armen. Angst en ernst dropen van zijn gebaar af. De Amerikaan was getuige van het harde contact. Joseph Akpala zocht de bal maar vond het hoofd van Pablo Ibanez. Niks mis met de timing, de nekslag perfect, het vizier op de tweede paal, alleen bleek de bal een hoofd. Akpala trof Ibanez vol op de slaap, de tere plek waar Muhammad Ali in 1976 Jean-Pierre Coopman raakte. Toen bewust, nu zonder enige intentie om de tegenstander neer te halen. Coopman wist even niet meer of hij in Puerto Rico dan wel in Antananarivo was. Hij moest nog amper 14 seconden boksen om het einde van de vijfde ronde te halen, maar slaagde daar niet in. ‘Een moordende klap’, zou hij achteraf verkondigen. ‘Ik woog op slag 150 kilogram!’

Tien minuten zou het spel donderdagavond stilliggen op Jan Breydel. Minstens de helft daarvan duurde ellendig lang. De regisseur hield het sereen, wendde de blik af van de plek van het ongeval en toonde af en toe een ruim beeld. In het stadion was de perceptie anders. Indringender. De paniek langs de lijn deed ons geen goed. Gerets, Carcela, Weylandt waren de eerste namen die snel door ons hoofd flitsten. Na de 9e mei van dit jaar is onze beleving van arbeidsongevallen in de sport compleet veranderd. Risico’s van het vak? Akkoord. Maar de onomkeerbaarheid van die ene gebeurtenis heeft zich in ons bewustzijn geïnstalleerd. Het zal slijten. Daar ben ik van overtuigd. Maar helemaal verdwijnen? Daar vrees ik dan weer voor.

Frank Raes keek in mijn richting en fronste de wenkbrauwen. Hij slikte, ik had een déjà-vû. Toen, op 9 mei, zei mijn collega-met-dienst: ‘We moeten commentaar blijven geven, daarvoor zijn we naar hier gekomen.’ ‘We moeten helemaal niets!’, dacht ik onmiddellijk. Maar ik begrijp hem ondertussen wel. In een koers gaat de actie verder, worden achterblijvers – om welke reden dat dan ook mag zijn – als zwakkelingen bestempeld. In een voetbalmatch ligt het spel stil en is er, behalve de gevolgen van de botsing, niets meer om te becommentariëren. Frank zweeg, ploegmaat N’daw weende, Ryan Donk vouwde de handen in mekaar en bad. Oprecht. Het hele stadion zocht naar een teken. Dat kwam er na vijf minuten. Een been bewoog. Genoeg om ons gerust te stellen. Ik spoedde me naar de spelerstunnel op zoek naar een medisch bulletin. Het liftje naar beneden liet even op zich wachten, maar in de gang kruiste ik toch nog de draagberrie met de Spanjaard.

Hij spartelde, was in een discussie met de ploegarts verwikkeld, wou terug het veld op. Toen wist ik het zeker: geluk gehad, vriend. Een zware hersenschudding, meer is er niet aan de hand.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 23 oktober 2011)

Advertenties

One thought on “Hersenschudding

  1. Geluk , en nog niet een beetje.
    Een actie inschatten en stoppen terwijl hij bezig is, een onmogelijke onderneming.

    zoals de 68 bochten tijdens de afdaling van de Tanneron, vraag het maar aan Schleck wat ” geluk ” betekent.( smakte tegen het losse rode zand in de bocht,.. )

    Ook de anderen reden verder terwijl ze moesten bijsturen in het nemen van de bochten.

    sport en geluk het blijft een raar huwelijk met hidernissen die je niet steeds ziet aankomen.

    Druk van de sponsor? ( geen hond…. ) hij reed niet eens voor het klassement.

    Voetballers die meeleven met een gevallen speler, het gebeurt nog!

    Ibanez heeft geluk gehad en zal zich dat wel realiseren. ( E. Piaff non je ne regrette rien )

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s