Column verschenen in De Standaard Magazine in maart 2013

Vandaag wordt Milaan-Sanremo gereden. Voor de 104e keer. Mi-la-no-San-re-mo, zes lettergrepen die al meer dan 100 jaar door rennershoofden dansen. Statussymbool van een streek in verval. De tand des tijds heeft la Classicissima gemaakt tot wat ze nu is. Begeerd door geschiedenis, niet langer door schoonheid. De Primavera is de Sophia Loren van de wielerwedstrijden. Plaatsvervangende schaamte en medelijden overvallen me elke keer opnieuw bij de parcoursverkenning van de eerste echte klassieker op de kalender. Afgebladderde dakgoten, vervallen huizen en serres, een wegdek met het uitzicht van een lappendeken. Van Savona tot Sanremo is de Via Aurelia een troosteloze streep vergane glorie. Romantische zielen zullen het nostalgisch verlangen noemen. Dat klopt één keer per jaar. Op de dag dat een stampvolle vloot getaande slaven van Milaan naar Sanremo fietst, ademt de streek historische rijkdom uit.

Milaan-Sanremo is de klassieker van de smacht. Driehonderd kilometer of zeven en een half uur lang. Grotendeels voorspel. Flirten, strelen, kussen en in het oor fluisteren. Dat mag. Maar het monument is onverbiddelijk voor hij die de drang naar de slaapkamerinspanning niet kan onderdrukken. Een Italiaanse schone moet je met geduld en gevoel veroveren. Op zestig kilometer van de aankomst begint de zone waarin de vooruitgeschoven pionnen van het schaakbord worden gemaaid. Voor de deur van de louche nachtclub Crazy Horse, aan de voet van de Capo Mele, ligt de kiem van een uur nerveuze drukte. Wie wil winnen moet zich hier hoeden voor de ejaculatio praecox. Capo Cervo, Capo Berta en Cipressa. Het zijn plekken van verloren ambities. Wie het daar probeert, wint nooit.

De lenteklassieker wordt gesublimeerd tot één helling, de Poggio (di Sanremo), ook al heeft elk Italiaans dorp zijn eigen Poggio. Dé Poggio ligt voor elke weldenkende koersliefhebber in Sanremo. Toen ik met de fiets begon te rijden droomde ik van de Poggio. In mijn verbeelding was het een heuvel waar nimfen langs de weg dansten en je naar boven zongen. Het zou tot in 2002 duren alvorens ik de bult zou beklimmen: 3,3 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 4,3 procent en een maximum hellingsgraad van 7 procent. Een inspanning van nog geen zes minuten. Op het buitenblad naar boven. Is dit het maar? Een toneeldecor met een heuvel in papier-maché. Aan de voet van die helling begint het Festival van Sanremo. Wie hier weggeraakt, maakt een kans op de overwinning. Maar zelfs dat is geen garantie. Aan 35 kilometer per uur of meer de heuvel op. Halfweg de klim sluiten de Italianen in de buitenbochten de poorten van hun oprit om te verhinderen dat de renners het erf oprijden. Waanzin op twee wielen. Wie te genereus heeft gefietst komt er niet meer aan te pas. Als het hoofd hier ruzie maakt met de benen win je niet. Elke pedaalslag brengt de favorieten nu wel een fractie dichter bij het doel. Maar eens boven is de zware ademhaling niet meer dan de voorbode van het eindschot. Wat hierna komt, beslist over winst of verlies. Over wroeging of verrukking.

Drie kilometer afdaling in kamikazestijl. In de Ronde van Vlaanderen kan je nog het geluk hebben dat je vierklauwens op een akker belandt, in Milaan-Sanremo kies je voor de vangrail of het ravijn, de cholera of de pest. Beneden op de Via Aurelia wachten nog 2900 vlakke meters tot aan de streep. Die lag vroeger op de Corso Cavalotti of de Via Roma, de jongste jaren jammer genoeg op het doodlopende pad tussen de palmbomen aan de Middellandse zee. Als de remmen het niet meer doen, bol je uit in het zilte water. Eén winnaar, de rest verliezers. Milaan-Sanremo is een simpele koers om te rijden. Het is een wedstrijd waarin je niet kan gevangen worden in het tactische web. Maar winnen is moeilijk. Begerige blikken van geile mannen vormen de sleep van de Primavera. Iedereen wil, enkel uitzonderingen mogen. ‘Telkens ik er naast grijp, groeit het respect en het ontzag voor deze koers’, liet Tom Boonen zich vorig jaar ontvallen.

Toen de zon vanmorgen de dag kuste, zullen opnieuw tientallen mannen met flinterdunne benen van de winst in Milaan-Sanremo hebben gedroomd. Er is helaas maar één plaats vrij in de slaapkamer van de diva. Voor wie? De geschiedenis leert dat in deze koers de realiteit de voorspelling zelden omarmt. Tenzij je naam Merckx is. Terwijl een gewone sterveling alleen kan verdrinken in zijn eigen fantasie fietste Eddy Merckx zich zeven keer in de gunst van Sophia Loren. Sindsdien weten we het zeker: toeval bestaat niet.

Karl Vannieuwkerke

PS Vanaf vandaag ligt de aankomst opnieuw op de Via Roma!

 

Geachte Heer Brian Cookson, Meneer de voorzitter,

U heeft zich de voorbije week nog eens van uw beste kant laten zien. U reageerde als door een wesp gestoken (mijn excuses als het woordgebruik u te veel aan het verleden doet denken) op het bericht dat Lance Armstrong samen met Geoff Thomas een aantal Touretappes zou rijden met een dag voorsprong. U noemt zijn actie respectloos en ongepast tegenover de Tour, de andere coureurs, de UCI en alle anderen die strijden tegen doping (sic). Ik verslikte mij in een kop warme soep toen ik uw verklaring las. Had u net een half uur onder een lopende tapkraan met Guinness gelegen of was u verkeerd ingelicht door uw perswoordvoerder? In het tweede geval had u een rechtzetting de wereld ingestuurd. Die kwam er niet. Misschien heeft u gewoon wat hulp nodig.

Lance Armstrong is gevraagd door Geoff Thomas, een landgenoot van u. Geoff is ex-voetballer. Hij speelde onder meer voor Crystal Palace, Wolverhampton en Nottingham Forrest. En hij werd ook negen keer opgeroepen voor jullie nationale ploeg. Bij Geoff is in 2003 chronische leukemie vastgesteld. Hij wil nu – zoals de meeste kankerpatiënten dat willen – iets terugdoen voor iedereen die zich inzet in de bestrijding van zijn ziekte. Daags voor de Tour gaat hij zijn eigen Ronde rijden om geld in te zamelen. Uit PR-doeleinden (lees: om meer centen te genereren) heeft hij de Amerikaan gecontacteerd. Nu beweert u dat Armstrong die vraag moet negeren en het voorstel moet weigeren. Waarvoor heeft u angst? Dat de Tour een paar dagen ondergesneeuwd geraakt door de aanwezigheid van Armstrong in Frankrijk? Ik kan u vertellen, meneer Cookson, dat de dagelijkse angst van kankerpatiënten veel groter en meer gewettigd is dan de uwe. Lance heeft als mens fouten gemaakt. Het was een schande dat hij ploegmaats intimideerde en vernederde. Maar zijn dopinggebruik? Het zijn het gebrek aan doortastendheid en het moedwillig opzij kijken van uw organisatie die het mogelijk maakten dat ‘dopingmonsters’ als Armstrong, Riis, Ullrich en vele anderen het beeld van de koers bepaalden.

Sta me toe u een griezelige hypocriet te vinden als u de positieve rehabilitatie van Lance Armstrong veroordeelt uit schrik voor imagoschade. Dan doet u net wat uw voorgangers die u zo verfoeit deden. Onlangs heeft u drie miljoen euro (of was het pond?) betaald voor een rapport dat al een keer of tien was geschreven door journalisten in kranten, magazines en boeken. Weggesmeten geld. U kocht misschien een afrekening met het verleden, maar denk vooral niet dat het rapport u ook een vrijbrief voor de toekomst oplevert. Had u het geld niet beter aan een goed doel gegeven, meneer Cookson?

Hoogachtend,

Karl Vannieuwkerke (journalist en kankerpatiënt)

(verschenen in het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 21 maart 2015)

‘We moeten Phil af en toe een snoepje toegooien’, zei BMC-Performance Manager (sic) Allan Peiper deze week. Philippe Gilbert wil graag opnieuw de Ronde van Vlaanderen rijden, maar die wens conflicteert volgens alle insiders met de belangen van ploegmaat Greg Van Avermaet. Die laatste eindigde vorig jaar tweede in de Ronde van Vlaanderen en gaat de komende weken op zoek naar een grote jachttrofee om op zijn dressoir te zetten. Greg wil één van de monumenten binnenrijven en de eretitel winnaar op zijn visitekaartje zetten. Dat is tot dusver nog niet gelukt en op 17 mei wordt hij toch al dertig jaar.

Een paar jaar geleden was ook ik de mening toegedaan dat Gilbert en Van Avermaet in dezelfde ploeg én koers onverenigbaar waren. Dat had alles met de hebzucht van Philippe te maken. Zelfs de kruimels op de tafel veegde hij netjes samen in het kuiltje van zijn hand om ze daarna in zijn mond te proppen. Honger gegroeid uit superioriteit. Philippe Gilbert had zichzelf in 2011 in het peloton een status van onaantastbaarheid bij mekaar gefietst. Niemand die hem iets kon weigeren, niemand die hem durfde tegen te spreken. En al helemaal niet bij BMC waar hij in 2012 als de nieuwe Messias werd binnengehaald. Van Avermaet liet zijn hoofd tussen zijn schouders zakken toen Gilbert keer op keer de voorkeursbehandeling opeiste. Maar de situatie is niet meer dezelfde. Phil heeft een paar mindere jaren achter de rug (maar won vorig jaar wel de Amstel Gold Race en de Brabantse Pijl) en Greg is (weliswaar zonder grote zege, maar met Parijs-Tours op de erelijst) uitgegroeid tot een absolute topper. Daarom is de Omloop Het Nieuwsblad van vandaag een mooie testcase. De Omloop is namelijk één van de snoepjes die Philippe Gilbert krijgt toegeworpen. Een lekkernijtje dat je een tweevoudige winnaar bezwaarlijk kunt weigeren.

Zelfs de kruimels op de tafel veegde hij netjes samen in het kuiltje van zijn hand om ze daarna in zijn mond te proppen. Honger gegroeid uit superioriteit.

Gilbert zit volgens de ingewijden die het kunnen weten dicht bij zijn niveau van 2011 aan. Een interessant gegeven. Een hypothetische stelling die in dat licht niet eens al te denkbeeldig hoeft te zijn: vanmiddag rond drie uur ontstaat er een kopgroep van 7 renners met daarbij Greg Van Avermaet en Philippe Gilbert. Een situatie die uiteindelijk leidt tot BMC-winst in de Omloop Het Nieuwsblad. Schuift Allan Peiper Philippe Gilbert in de vorm van de Ronde van Vlaanderen dan ook een taart toe? Met een goede Gilbert aan zijn zijde had Van Avermaet vorig jaar ongetwijfeld meer kans om de latere winnaar Fabian Cancellara te neutraliseren. Begin april zal het pallet kanshebbers op de zege in de Ronde van Vlaanderen nog nooit zo groot zijn geweest. Pasen wordt dit jaar een viering van verschillende generaties. Dan kan je maar beter met twee finalecoureurs naar de kerk.

(column NIET verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 28/2/2015…achterhaald en ingehaald door de waan van de dag)

Holebibeweging stoort zich aan tweet van veldrijder Sven Nys. Ontgoocheld las ik pagina 11 van deze krant op woensdag. Het ging hierom: ‘Even een roddel de grond in drukken. Alle respect voor homokoppels. Maar ik een relatie met een man! Nee, nu niet, vroeger niet, nooit niet.’ ‘Grond’ had ‘kop’ mogen zijn en de woordovertolligheid op het einde – die eigenlijk ‘altijd’ wil zeggen in plaats van ‘nooit’ – niet te na gesproken zie ik weinig foute dingen in deze turboboodschap. Woordvoerder Michiel Vanackere van Wel Jong Niet Hetero wel. Hij maakt zich druk over het uitroepteken in de tweet. En nog: ‘Wie homo zijn de normaalste zaak van de wereld vindt, negeert zo’n roddel of zegt: So what. Die gaat niet de moeite doen om dergelijke verhalen te counteren. Het zoveelste bewijs dat de sportwereld niet klaar is voor homoseksualiteit.’

Dat de sportwereld niet klaar is voor homoseksualiteit is deels waar, maar kan zeker niet gededuceerd worden uit de tweet van Nys. Korter door de bocht heb ik een interpretatie van iemands woorden zelden gezien. De tweet van Nys heeft niets met de sportwereld te maken, noch met homo of hetero, maar alles met het ellendige en vaak crapuleuze geroddel waar publieke figuren in tijden van sociale media aan worden blootgesteld en waar hun kinderen het slachtoffer van zijn. Als al weken zou worden beweerd dat Sven een relatie had met Lesley Ann Poppe en het hem ter ore was gekomen, had hij ongetwijfeld dezelfde tweet de wereld ingestuurd en ‘een man’ vervangen door ‘Lesley Ann Poppe’. Om zijn eigen integriteit en die van zijn 12-jarige zoon intact te houden. Mag dat? Of moet een bekende figuur alles over zich heen laten gaan. Twee jaar geleden ben ik gestopt met het lezen van reacties onder artikels van krantenwebsites. Gewoon omdat ze niet of slecht worden gemodereerd. Alles kan, niets of niemand wordt ontzien. Dat gratuite roddels het eerst de kinderen van de publieke figuren treffen, maakt dat het counteren van grove onwaarheden soms moet.

Een vereniging die streeft naar gelijke behandeling, dezelfde rechten en pleit voor verdraagzaamheid bezondigt zich in deze aan de eigen basisprincipes. Er zat helemaal niets van kwade bedoelingen in de tweet van Sven Nys. Integendeel. Hij getuigt van respect voor homokoppels. En terecht. Kunnen we in plaats van auto’s in brand te steken, terrassen te vernielen, mekaars geaardheid te veroordelen en uitroeptekens uit te vergroten niet gewoon zijn wat onze samenleving zoveel rijker zou maken? Een beetje verdraagzaam. En of Sven Nys homo of hetero is, maakt daarbij niets uit. Maar leugens hoeft hij niet te tolereren. Waarvoor dank. Uitroepteken!

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 8 november 2014)

 

Onder de titel kapitalisme heb ik in deze kolommen een paar maanden geleden eens lelijk uitgevaren tegen Oleg Tinkov, de steenrijke eigenaar van de Tinkoff-Saxoploeg. Strontziek van zijn domme uitspraken op Twitter (in de zin van ‘Alleen losers dragen een helm!’), weddenschappen voor dure Aston Martins en opgepompte salarissen die eerder demotiverend dan inspirerend werken. Waar was Peter Sagan sinds hij weet dat hij de volgende jaren 4 miljoen euro per seizoen gaat verdienen? In Ponferrada heeft hij in elk geval een unieke kans om wereldkampioen te worden laten liggen als je zag hoe de koers verliep. Sagan kan zich gerust twee zuipwinters permitteren. Deze week liet Tinkov opnieuw van zich horen. Hij wil een bonus van 1 miljoen dollar vrijmaken om de vier toppers in de drie grote ronden te zien fietsen. Vincenzo Nibali, Chris Froome, Nairo Quintana en Alberto Contador drie keer drie weken lang tegen mekaar. De bonus moeten ze verdelen. Als Sagan al vier miljoen euro per jaar verdient, krijgen bovenstaande heren ongetwijfeld nog wat meer. Dan is 250. 000 dollar (omgerekend tegen de koers van de dag 197.402 euro) een aalmoes. Gelukkig is het niet meer en brengt het de Italiaan, Brit, Colombiaan en Spanjaard niet op ideeën.

Drie keer drie weken een zware ronde op één seizoen is waanzin. Roofbouw. Oleg is één keer te veel op zijn hoofd gevallen. Zonder helm dan. Spektakelschurken à la Tinkov zetten onvermijdelijk aan tot overmatig dopinggebruik. Jaren wordt er gepleit om grote ronden minder zwaar te maken, evenveel jaren hebben we gezien dat de drang naar sensatie in de Ronde van Italië alleen maar is toegenomen. Brouwerijbaas en bankier Tinkov gaat nu nog een stap verder en wil dat de figuranten in het schouwspel bij elke voorstelling worden betrokken. Een onredelijke eis. Met geld verkrijg je echt niet alles.

‘Besteed geen aandacht aan die dwaze uitspraken van Tinkov’, denkt u ongetwijfeld. Probleem is dat ploegmanagers als Eusebio Unzué van Movistar en Sir David Brailsford van Sky al hebben laten weten dat ze het idee van Oleg Tinkov wel genegen zijn. Atleten blijven marionetten in het circus van de leenheren. Goed betaalde trekpoppen, dat wel. Zeker als je bij de top behoort. Maar geld verantwoordt nooit een aanslag op leven en gezondheid. De Internationale Wielerunie kijkt ondertussen opnieuw toe. UCI-voorzitter Brian Cookson kruipt maar wat graag in het hol van de mannen met de centen. De macht van de oligarchie van de koers wordt op die manier steeds groter. De zelfdestructie van één van de mooiste sporten ter wereld is al jaren bezig. En niemand roept ze een halt toe. Integendeel.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 11 oktober 2014)

Eerder verschenen over dit onderwerp: column ‘kapitalisme’ (9/8/2014) lees hier

 

Op deze plek in de krant stond gisteren een oproep om de inspanning van Jens Voigt van donderdag niet te relativeren. Ik snap de oproep van een journalist die ter plekke was. Het is niet gemakkelijk om het evenement waar je pagina’s mee vult te minimaliseren. Daarmee doe je je eigen schrijfsels geen eer aan. 51115 meter fietsen in een uur tijd is ook een mooie prestatie, maar gezien de omstandigheden niet uitzonderlijk. Toch niet voor een afgetrainde prof op het materiaal waarop Jens Voigt het deed. Ik zie er in het peloton alvast tien die met een minimum aan voorbereiding deze afstand zomaar van de tabellen vegen. Fabian Cancellara, Bradley Wiggins en Tony Martin wachten best nog even om een aanval te wagen. Het zou te veel afbreuk doen aan het afscheid van Voigt, want zij gaan dit record verpulveren. En het geschenk is hem te veel gegund om het nu onmiddellijk opnieuw af te nemen. Ik stel me een brainstorm van een aantal maanden geleden bij Trek voor met als thema: ‘Wat gaan we Jens cadeau doen als hij straks stopt?’ De voorstellen waren divers. Van een gigantische grote taart waar zijn vrouw en zes kinderen ook van zouden meegenieten over een nieuwe fiets tot een halfnaakte paaldanseres. Tot iemand de term ‘werelduurrecord’ eruit floepte: ‘Waarom geven we hem geen uurrecord?’ Geniaal. Met de nieuwe regels kon er niets fout gaan en er zat al wel wat voorbereidingswerk in de laptop voor de tot gisteren twijfelende Fabian Cancellara.

Het afscheidsgeschenk voor Jens Voigt was er één met veel symboliek. Georkestreerd door Trek op een piste in Zwitserland waarvan grote concurrent BMC mede-eigenaar is. De hoofdzetel van BMC is overigens in Grenchen gevestigd. Trek is een Amerikaans fietsenmerk dat naam en faam verwierf dankzij Lance Armstrong. Het record werd aangevallen en gebroken op de dag dat Armstrong zelf 43 jaar werd (jawel, hij was donderdag jarig) een etmaal nadat de nieuwe recordhouder ook de gezegende koersleeftijd van 43 jaar had bereikt. Wat denk je zelf? Te veel toevalligheden om nog van toeval te spreken. Ik hield gisteren de Twitteraccount van Lance Armstrong in de gaten en hoopte stiekem op felicitaties voor Voigt, maar die kwamen niet. Ik begrijp hem wel. De provocatie was groot. Armstrong dacht ongetwijfeld: ‘Losers, geef me anderhalve maand en ik zet dit record scherper!’ Ik ben ervan overtuigd dat hij nog gelijk heeft ook. Er zit wel iets in de weg, een levenslange schorsing. Lance zal zijn plannen moeten opbergen en vanaf vandaag terugvallen op zijn nieuwe levensmotto: ‘Het leven is onmetelijk veel beter geworden sinds ik gedwongen ben om het niet meer serieus te nemen!’

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 20 september 2014)

 

 

Exact een week geleden. Ik was mijn sportende kinderen aan het aanmoedigen. Fier, zoals elke ouder. Tot kort voor de middag een eerste sms binnenliep. Een onheilstijding: ‘Igor Decraene zou overleden zijn. Iets met een trein.’ Zo stond het er. Ik verloor mijn kinderen uit het oog, bleef naar het scherm van mijn gsm kijken en las het bericht nog twee keer. Ik putte lichte hoop uit de voorwaardelijke wijs. Niet voor lang. Een volgende sms maande me aan om zijn Facebookpagina te bekijken. Daarop een stroom van rouwberichten. Vrienden en vriendinnen die hun steun betuigden en met betraande ogen woorden van ongeloof neerpenden. Ook op Twitter was de vloed van medeleven niet meer te stoppen, nieuwssites bevestigden: ‘Wereldkampioen tijdrijden bij de juniores Igor Decraene (18) is niet meer.’ Onwezenlijke titel maar wel realiteit.

Elf maanden eerder stonden zijn ouders in Firenze naar hun sportend kind te kijken. Allicht met nog iets meer fierheid dan ik op deze zaterdagochtend. Hun zoon was immers op weg naar de wereldtitel. Nog maar elf maanden is het geleden en niemand die eraan twijfelde dat Igor over een maand in Ponferrada een gooi zou doen naar een tweede regenboog. Die kans krijgt hij niet. Het noodlot? Vermoedelijk. Igor had te veel gedronken op een feestje en belandde op een plaats waar hij niet thuishoorde. Op de After Season Party van vorig wielerjaar waren zijn vrienden hem ook al eens een paar uur kwijt geweest nadat hij een enkele glazen teveel op had. Afgetrainde jongenslichamen verdragen nu eenmaal niet veel alcohol.

In de laatste maanden van 2013 mocht ik Igor twee keer interviewen. Een eerste keer toen hij zijn prijs van beste jongere kwam ophalen op het Gala van de Flandrien en een tweede keer toen hij nipt werd geklopt door Nafi Thiam in de strijd voor de Belofte van het jaar op het Sportgala. Hij charmeerde door zijn eenvoud. Strak in een pak waarmee jongens van zijn leeftijd op het platteland op zondagochtend naar de mis gaan. Toen we mekaar de hand drukten, verdween die van mij in zijn enorme kolenschoppen. Igor Decraene was een brok natuur. Ik zal me voor altijd zijn mooie ingetogen lach voor de geest halen. Een lach waarbij mondhoeken bijna tot oren reiken. Geen bulderlach, eerder verlegen, misschien iets minder gulzig dan een regenboogtrui verdraagt, maar wel een lach die aangaf dat Igor genoot van wat hij meemaakte. Ik probeer me Igor Decraene in de toekomst te herinneren als de simpele, getalenteerde en vrolijk fietsende boerenzoon die in Firenze de hemel bestormde. Niet als de jongen die op het verkeerde moment op de verkeerde plek door een trein werd gegrepen.

(column verschenen in Het Nieuwsblad van zaterdag 6 september 2014)