De val te veel

Geplaatst: 11/07/2015 in Uncategorized

De eerste Tourweek en valpartijen. De onlosmakelijkheid is de jongste jaren jammer genoeg al te vaak bewezen. In de camper waar we Vive le vélo! voorbereiden hangt een deelnemerslijst. Daarop schrappen we elke ochtend wie uit de Tour is verdwenen. Nog nooit hebben we in de openingsweek zoveel strepen door rennersnamen getrokken: Bonnet, Dumoulin, Kozontchuk, Gerrans, Impey, Cancellara, Schillinger, Bouhanni, Bauer, Albasini, Martin, Henderson. Het was vrijdagochtend en we waren al een dozijn coureurs kwijt. Al bij al valt het nog mee als je de beelden van de zware val op weg naar Hoei hebt gezien. Aan topsnelheid leidt één foutje vaak tot dramatische gevolgen. William Bonnet maakte het en sleepte in zijn eigen miserie een half peloton mee. Dat er mensen zijn die de neutralisatie al op de korrel namen nog voor ze de reden ervan kenden, wijst op een totaal gebrek aan empatisch vermogen en een onweerstaanbare drang om in de belangstelling te staan. De integriteit van de renners die de plaats des onheils veilig waren gepasseerd kon niet meer worden gegarandeerd. Dan moet je de koers stilleggen. Een andere optie is er op zo’n moment niet. Een geluk bij een ongeluk was het dat Bonnet viel op vijfenzeventig meter van een betonnen elektriciteitspaal. Had hij dat vijftig meter verder gedaan waren de gevolgen misschien wel desastreus. Op zo’n moment beslist het lot en alleen het lot of er doden vallen. En we weten allemaal dat het fatum af en toe een willekeurig slachtoffer kiest. Jammer genoeg.

Donderdagavond zat Elke Weylandt, de zus van de in 2011 overleden Wouter, bij me aan tafel. Een indrukwekkende vrouw. Spontaan, intelligent en nuchter. Met heel veel sereniteit vertelde ze over het verwerkingsproces bij het verlies van een familielid in een wielerwedstrijd. Haar woorden maakten elke discussie over een neutralisatie op weg naar Hoei uiterst relatief. Een levensles voor alle Tourvolgers die wat last hebben van hun eigen spiegelbeeld. Naast haar zat Iljo Keisse, de boezemvriend van haar broer, vol bewondering te kijken. Kleine signalen zetten haar woorden kracht bij. Net voor het gesprek in de richting van Wouter ging, zag u thuis de beelden van een schilderes van de krijtrotsen van Etretat. Op dat moment kabbelden uit de draaimolen achter ons totaal uit het niets heel zachtjes de tonen van ‘Il Silenzio’ van Nini Rosso. Het nummer dat in de Giro als eerbetoon voor Wouter werd gespeeld daags na de fatale val en ook in de Sint-Pieterskerk in Gent weerklonk tijdens zijn begrafenis. Ik keek naar Iljo. Ook hij wist niet waar hij het had. De tonen van ‘Il Silenzio’ verdampten in het haventje toen het opnieuw aan ons was. Elke sprak en we hingen aan haar lippen. Toen het toeval het wiel ook nog eens op nummer 216 (twee keer 108) liet stoppen, heb ik aan tafel nooit eerder meer symboliek en warmte gevoeld.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 11 juli 2015)

DAT ZOU ZOMAAR KUNNEN. Vier woorden. Allesomvattend en tegelijk nietszeggend. Een dooddoener waarmee je je onmogelijk kan verbranden.

Het is het favoriete zinnetje van José De Cauwer als hij naast Renaat Schotte commentaar geeft bij de beelden van de Ronde van Italië. Gaat Philippe Gilbert deze rit winnen? Dat zou zomaar kunnen. Is Alberto Contador van plan om die jongens van Astana een koekje van eigen deeg te geven? Dat zou zomaar kunnen. Krijgen we vandaag een zinderende finale? Dat zou zomaar kunnen. Gaan we straks eens een pizza eten, José? Dat zou zomaar kunnen, Renaat! Ik hoor ze graag bezig, Renaat en José, kan een innerlijk lachje vaak niet onderdrukken. Durf ik al eens te turven? Dat zou zomaar kunnen. Ooit had ik 28 streepjes in één rit, 28 keer plezier.

Nu moet ik toegeven dat het zomaar eens zou kunnen dat de Giro de voorbije jaren tien keer interessanter was om naar te kijken dan de Tour. Na elke etappe van deze editie had ik er spijt van dat ik geen avondprogramma mocht voorbereiden.Vive le vélo! in een Italiaanse versie.Viva la bici! Napraten over de koers op mooie plekken in de laars. Ik ben er zeker van dat het zou werken. Of daar door de bazen aan wordt gedacht? Dat zou zomaar kunnen. Maar evengoed is dat niet zo.

De Giro is voor ons land een succes geworden. Twee etappezeges van Philippe Gilbert. Het was van 1983 geleden dat we nog eens meer dan één ritsucces in één Giro konden noteren. Toen wonnen Frank Hoste en Lucien Van Impe etappes in respectievelijk Milaan en Pietrasanta. Het is plezant en verleidelijk om in een Italiaanse context het woord ‘renaissance’ in de mond te nemen, maar om van een wedergeboorte van Philippe Gilbert te spreken, is overdreven. Hij is nooit helemaal weggeweest. Wel had hij nog zelden flitsen van de renner die in 2011 met de tegenstand speelde. Toen kon en lukte alles. Nu moet ik toegeven dat hij me donderdag op weg naar Verbania opnieuw aan de Phil van vier jaar geleden deed denken. Sterk en slim, de perfecte zit op de fiets. Dat Tom Boonen op dezelfde dag een rit won in de Ronde van België is leuk voor Twitterberichten en krantenkoppen, maar niet meer dan dat. België en Italië zijn in de koers in deze tijd van het jaar twee verschillende werelden. Dat heeft Tom de voorbije weken zelf kunnen ervaren. Of de collectieve sterkte van één ploeg in de Giro voortvloeit uit nieuwe, voor de meesten nog onbekende dopingmiddelen en er al eens een rit wordt gewonnen met een motortje in de fiets? Dat zou zomaar kunnen. Maar zolang we het niet zeker weten, beschuldigen we niemand.

Dan nog één keer om het af te leren. Heeft Sep Blatter er geld tegenaan gegooid om FIFA-voorzitter te blijven? Dat zou zomaar kunnen. Of neen. Laat ons er in dat geval toch maar de kans is groot van maken.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 30 mei 2015)

Zijn ze er al, de eerste bloed- en bodemrapporten over Alexander Kristoff? Kunnen we in de rubriek ‘reacties’ onder de in zeven haasten bij mekaar gepende internetartikels over de suprematie van de voorbije week al terecht voor klachtenlitanieën? En hoever staat het met de eerste gemene roddels over doping en fietsmotoren binnen de buik van het peloton? Ik kan me moeilijk voorstellen dat ze na de clean sweep van De Panne over Oudenaarde tot in Schoten nog niet aan de orde zijn. Succes wekt afgunst op. Altijd en overal. In het dorpsleven, op kantoor, in de sportclub van de kinderen, in de bekrompen wereld van de koers. Op elke plek zijn ze aanwezig, de januskoppen. Zij die lachen in je gezicht, samenzweerderig smoezen achter je rug en er alles aan doen om het succes te minimaliseren. Triomf en welvaart roepen onvermijdelijk afgunst op. Alexander Kristoff moet zich geen zorgen maken. Hoe groter de naijver hoe beter het hem vergaat.

Altijd en overal. In het dorpsleven, op kantoor, in de sportclub van de kinderen, in de bekrompen wereld van de koers. Op elke plek zijn ze aanwezig, de januskoppen.

Ik hoop nochtans dat hij bij het grootste deel van het publiek op veel sympathie kan rekenen. Vrij van kapsones straalde hij in elk interview na zijn zege in de Ronde van Vlaanderen eenvoud uit. Fier poserend met kleuter Leo op het podium, de charme zelve in onze televisiestudio op de Markt van Oudenaarde. Alexander Kristoff is er de man niet naar om urenlang teksten te debiteren in het licht van een grote schijnwerper voor een volle zaal. Eerder ingetogen genieter van de kleine dingen des levens. Meer fjord dan Oslo. Met Leo op de schoot onder een rendiervel televisie kijken, in de wintermaanden zelf pannenkoeken bakken voor vrouw en kind. Pantser van een olietanker, inborst gekneed van koekebrood. Broze brok graniet.

Meer fjord dan Oslo. Met Leo op de schoot onder een rendiervel televisie kijken, in de wintermaanden zelf pannenkoeken bakken voor vrouw en kind.

© Tim De Waele

© Tim De Waele

Zijn zege in de Ronde was de kroniek van de aangekondigde triomf. De zaterdag voor Milaan-Sanremo schreven we hier: ‘Als u de komende weken wordt verleid tot weddenschappen vergeet dan niet dat Kristoff de voorbije twee jaar respectievelijk vierde en vijfde was in de Ronde van Vlaanderen. Voor zij die op 5 april willen winnen zou het niet slecht zijn mocht de Noor al verzadigd worden met een tweede Primavera.’ Een foute inschatting. Zelfs met een zege in Milaan-Sanremo had Kristoff de Ronde van Vlaanderen gewonnen. Onverzadigbaar drijvend op de vorm van zijn leven. Op zoek naar het doel dat hij zich in april van vorig jaar al had gesteld. Het zal niemand verbazen als hij morgen op de wielerpiste in Roubaix ook nog een kassei de hoogte insteekt. Daar zal ik geen probleem mee hebben. Het is de Noor gegund. Zo lang hij zijn drinkbus naar een supporterend kind langs de kant blijft gooien, mag hij van mij blijven winnen. Niets boven simpel kindergeluk. Leo zal deze keer thuis voor de televisie kirren. Onder het deken dat hij normaal met zijn papa deelt.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 11 april 2015)

Column verschenen in De Standaard Magazine in maart 2013

Vandaag wordt Milaan-Sanremo gereden. Voor de 104e keer. Mi-la-no-San-re-mo, zes lettergrepen die al meer dan 100 jaar door rennershoofden dansen. Statussymbool van een streek in verval. De tand des tijds heeft la Classicissima gemaakt tot wat ze nu is. Begeerd door geschiedenis, niet langer door schoonheid. De Primavera is de Sophia Loren van de wielerwedstrijden. Plaatsvervangende schaamte en medelijden overvallen me elke keer opnieuw bij de parcoursverkenning van de eerste echte klassieker op de kalender. Afgebladderde dakgoten, vervallen huizen en serres, een wegdek met het uitzicht van een lappendeken. Van Savona tot Sanremo is de Via Aurelia een troosteloze streep vergane glorie. Romantische zielen zullen het nostalgisch verlangen noemen. Dat klopt één keer per jaar. Op de dag dat een stampvolle vloot getaande slaven van Milaan naar Sanremo fietst, ademt de streek historische rijkdom uit.

Milaan-Sanremo is de klassieker van de smacht. Driehonderd kilometer of zeven en een half uur lang. Grotendeels voorspel. Flirten, strelen, kussen en in het oor fluisteren. Dat mag. Maar het monument is onverbiddelijk voor hij die de drang naar de slaapkamerinspanning niet kan onderdrukken. Een Italiaanse schone moet je met geduld en gevoel veroveren. Op zestig kilometer van de aankomst begint de zone waarin de vooruitgeschoven pionnen van het schaakbord worden gemaaid. Voor de deur van de louche nachtclub Crazy Horse, aan de voet van de Capo Mele, ligt de kiem van een uur nerveuze drukte. Wie wil winnen moet zich hier hoeden voor de ejaculatio praecox. Capo Cervo, Capo Berta en Cipressa. Het zijn plekken van verloren ambities. Wie het daar probeert, wint nooit.

De lenteklassieker wordt gesublimeerd tot één helling, de Poggio (di Sanremo), ook al heeft elk Italiaans dorp zijn eigen Poggio. Dé Poggio ligt voor elke weldenkende koersliefhebber in Sanremo. Toen ik met de fiets begon te rijden droomde ik van de Poggio. In mijn verbeelding was het een heuvel waar nimfen langs de weg dansten en je naar boven zongen. Het zou tot in 2002 duren alvorens ik de bult zou beklimmen: 3,3 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 4,3 procent en een maximum hellingsgraad van 7 procent. Een inspanning van nog geen zes minuten. Op het buitenblad naar boven. Is dit het maar? Een toneeldecor met een heuvel in papier-maché. Aan de voet van die helling begint het Festival van Sanremo. Wie hier weggeraakt, maakt een kans op de overwinning. Maar zelfs dat is geen garantie. Aan 35 kilometer per uur of meer de heuvel op. Halfweg de klim sluiten de Italianen in de buitenbochten de poorten van hun oprit om te verhinderen dat de renners het erf oprijden. Waanzin op twee wielen. Wie te genereus heeft gefietst komt er niet meer aan te pas. Als het hoofd hier ruzie maakt met de benen win je niet. Elke pedaalslag brengt de favorieten nu wel een fractie dichter bij het doel. Maar eens boven is de zware ademhaling niet meer dan de voorbode van het eindschot. Wat hierna komt, beslist over winst of verlies. Over wroeging of verrukking.

Drie kilometer afdaling in kamikazestijl. In de Ronde van Vlaanderen kan je nog het geluk hebben dat je vierklauwens op een akker belandt, in Milaan-Sanremo kies je voor de vangrail of het ravijn, de cholera of de pest. Beneden op de Via Aurelia wachten nog 2900 vlakke meters tot aan de streep. Die lag vroeger op de Corso Cavalotti of de Via Roma, de jongste jaren jammer genoeg op het doodlopende pad tussen de palmbomen aan de Middellandse zee. Als de remmen het niet meer doen, bol je uit in het zilte water. Eén winnaar, de rest verliezers. Milaan-Sanremo is een simpele koers om te rijden. Het is een wedstrijd waarin je niet kan gevangen worden in het tactische web. Maar winnen is moeilijk. Begerige blikken van geile mannen vormen de sleep van de Primavera. Iedereen wil, enkel uitzonderingen mogen. ‘Telkens ik er naast grijp, groeit het respect en het ontzag voor deze koers’, liet Tom Boonen zich vorig jaar ontvallen.

Toen de zon vanmorgen de dag kuste, zullen opnieuw tientallen mannen met flinterdunne benen van de winst in Milaan-Sanremo hebben gedroomd. Er is helaas maar één plaats vrij in de slaapkamer van de diva. Voor wie? De geschiedenis leert dat in deze koers de realiteit de voorspelling zelden omarmt. Tenzij je naam Merckx is. Terwijl een gewone sterveling alleen kan verdrinken in zijn eigen fantasie fietste Eddy Merckx zich zeven keer in de gunst van Sophia Loren. Sindsdien weten we het zeker: toeval bestaat niet.

Karl Vannieuwkerke

PS Vanaf vandaag ligt de aankomst opnieuw op de Via Roma!

 

Geachte Heer Brian Cookson, Meneer de voorzitter,

U heeft zich de voorbije week nog eens van uw beste kant laten zien. U reageerde als door een wesp gestoken (mijn excuses als het woordgebruik u te veel aan het verleden doet denken) op het bericht dat Lance Armstrong samen met Geoff Thomas een aantal Touretappes zou rijden met een dag voorsprong. U noemt zijn actie respectloos en ongepast tegenover de Tour, de andere coureurs, de UCI en alle anderen die strijden tegen doping (sic). Ik verslikte mij in een kop warme soep toen ik uw verklaring las. Had u net een half uur onder een lopende tapkraan met Guinness gelegen of was u verkeerd ingelicht door uw perswoordvoerder? In het tweede geval had u een rechtzetting de wereld ingestuurd. Die kwam er niet. Misschien heeft u gewoon wat hulp nodig.

Lance Armstrong is gevraagd door Geoff Thomas, een landgenoot van u. Geoff is ex-voetballer. Hij speelde onder meer voor Crystal Palace, Wolverhampton en Nottingham Forrest. En hij werd ook negen keer opgeroepen voor jullie nationale ploeg. Bij Geoff is in 2003 chronische leukemie vastgesteld. Hij wil nu – zoals de meeste kankerpatiënten dat willen – iets terugdoen voor iedereen die zich inzet in de bestrijding van zijn ziekte. Daags voor de Tour gaat hij zijn eigen Ronde rijden om geld in te zamelen. Uit PR-doeleinden (lees: om meer centen te genereren) heeft hij de Amerikaan gecontacteerd. Nu beweert u dat Armstrong die vraag moet negeren en het voorstel moet weigeren. Waarvoor heeft u angst? Dat de Tour een paar dagen ondergesneeuwd geraakt door de aanwezigheid van Armstrong in Frankrijk? Ik kan u vertellen, meneer Cookson, dat de dagelijkse angst van kankerpatiënten veel groter en meer gewettigd is dan de uwe. Lance heeft als mens fouten gemaakt. Het was een schande dat hij ploegmaats intimideerde en vernederde. Maar zijn dopinggebruik? Het zijn het gebrek aan doortastendheid en het moedwillig opzij kijken van uw organisatie die het mogelijk maakten dat ‘dopingmonsters’ als Armstrong, Riis, Ullrich en vele anderen het beeld van de koers bepaalden.

Sta me toe u een griezelige hypocriet te vinden als u de positieve rehabilitatie van Lance Armstrong veroordeelt uit schrik voor imagoschade. Dan doet u net wat uw voorgangers die u zo verfoeit deden. Onlangs heeft u drie miljoen euro (of was het pond?) betaald voor een rapport dat al een keer of tien was geschreven door journalisten in kranten, magazines en boeken. Weggesmeten geld. U kocht misschien een afrekening met het verleden, maar denk vooral niet dat het rapport u ook een vrijbrief voor de toekomst oplevert. Had u het geld niet beter aan een goed doel gegeven, meneer Cookson?

Hoogachtend,

Karl Vannieuwkerke (journalist en kankerpatiënt)

(verschenen in het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 21 maart 2015)

‘We moeten Phil af en toe een snoepje toegooien’, zei BMC-Performance Manager (sic) Allan Peiper deze week. Philippe Gilbert wil graag opnieuw de Ronde van Vlaanderen rijden, maar die wens conflicteert volgens alle insiders met de belangen van ploegmaat Greg Van Avermaet. Die laatste eindigde vorig jaar tweede in de Ronde van Vlaanderen en gaat de komende weken op zoek naar een grote jachttrofee om op zijn dressoir te zetten. Greg wil één van de monumenten binnenrijven en de eretitel winnaar op zijn visitekaartje zetten. Dat is tot dusver nog niet gelukt en op 17 mei wordt hij toch al dertig jaar.

Een paar jaar geleden was ook ik de mening toegedaan dat Gilbert en Van Avermaet in dezelfde ploeg én koers onverenigbaar waren. Dat had alles met de hebzucht van Philippe te maken. Zelfs de kruimels op de tafel veegde hij netjes samen in het kuiltje van zijn hand om ze daarna in zijn mond te proppen. Honger gegroeid uit superioriteit. Philippe Gilbert had zichzelf in 2011 in het peloton een status van onaantastbaarheid bij mekaar gefietst. Niemand die hem iets kon weigeren, niemand die hem durfde tegen te spreken. En al helemaal niet bij BMC waar hij in 2012 als de nieuwe Messias werd binnengehaald. Van Avermaet liet zijn hoofd tussen zijn schouders zakken toen Gilbert keer op keer de voorkeursbehandeling opeiste. Maar de situatie is niet meer dezelfde. Phil heeft een paar mindere jaren achter de rug (maar won vorig jaar wel de Amstel Gold Race en de Brabantse Pijl) en Greg is (weliswaar zonder grote zege, maar met Parijs-Tours op de erelijst) uitgegroeid tot een absolute topper. Daarom is de Omloop Het Nieuwsblad van vandaag een mooie testcase. De Omloop is namelijk één van de snoepjes die Philippe Gilbert krijgt toegeworpen. Een lekkernijtje dat je een tweevoudige winnaar bezwaarlijk kunt weigeren.

Zelfs de kruimels op de tafel veegde hij netjes samen in het kuiltje van zijn hand om ze daarna in zijn mond te proppen. Honger gegroeid uit superioriteit.

Gilbert zit volgens de ingewijden die het kunnen weten dicht bij zijn niveau van 2011 aan. Een interessant gegeven. Een hypothetische stelling die in dat licht niet eens al te denkbeeldig hoeft te zijn: vanmiddag rond drie uur ontstaat er een kopgroep van 7 renners met daarbij Greg Van Avermaet en Philippe Gilbert. Een situatie die uiteindelijk leidt tot BMC-winst in de Omloop Het Nieuwsblad. Schuift Allan Peiper Philippe Gilbert in de vorm van de Ronde van Vlaanderen dan ook een taart toe? Met een goede Gilbert aan zijn zijde had Van Avermaet vorig jaar ongetwijfeld meer kans om de latere winnaar Fabian Cancellara te neutraliseren. Begin april zal het pallet kanshebbers op de zege in de Ronde van Vlaanderen nog nooit zo groot zijn geweest. Pasen wordt dit jaar een viering van verschillende generaties. Dan kan je maar beter met twee finalecoureurs naar de kerk.

(column NIET verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 28/2/2015…achterhaald en ingehaald door de waan van de dag)

Holebibeweging stoort zich aan tweet van veldrijder Sven Nys. Ontgoocheld las ik pagina 11 van deze krant op woensdag. Het ging hierom: ‘Even een roddel de grond in drukken. Alle respect voor homokoppels. Maar ik een relatie met een man! Nee, nu niet, vroeger niet, nooit niet.’ ‘Grond’ had ‘kop’ mogen zijn en de woordovertolligheid op het einde – die eigenlijk ‘altijd’ wil zeggen in plaats van ‘nooit’ – niet te na gesproken zie ik weinig foute dingen in deze turboboodschap. Woordvoerder Michiel Vanackere van Wel Jong Niet Hetero wel. Hij maakt zich druk over het uitroepteken in de tweet. En nog: ‘Wie homo zijn de normaalste zaak van de wereld vindt, negeert zo’n roddel of zegt: So what. Die gaat niet de moeite doen om dergelijke verhalen te counteren. Het zoveelste bewijs dat de sportwereld niet klaar is voor homoseksualiteit.’

Dat de sportwereld niet klaar is voor homoseksualiteit is deels waar, maar kan zeker niet gededuceerd worden uit de tweet van Nys. Korter door de bocht heb ik een interpretatie van iemands woorden zelden gezien. De tweet van Nys heeft niets met de sportwereld te maken, noch met homo of hetero, maar alles met het ellendige en vaak crapuleuze geroddel waar publieke figuren in tijden van sociale media aan worden blootgesteld en waar hun kinderen het slachtoffer van zijn. Als al weken zou worden beweerd dat Sven een relatie had met Lesley Ann Poppe en het hem ter ore was gekomen, had hij ongetwijfeld dezelfde tweet de wereld ingestuurd en ‘een man’ vervangen door ‘Lesley Ann Poppe’. Om zijn eigen integriteit en die van zijn 12-jarige zoon intact te houden. Mag dat? Of moet een bekende figuur alles over zich heen laten gaan. Twee jaar geleden ben ik gestopt met het lezen van reacties onder artikels van krantenwebsites. Gewoon omdat ze niet of slecht worden gemodereerd. Alles kan, niets of niemand wordt ontzien. Dat gratuite roddels het eerst de kinderen van de publieke figuren treffen, maakt dat het counteren van grove onwaarheden soms moet.

Een vereniging die streeft naar gelijke behandeling, dezelfde rechten en pleit voor verdraagzaamheid bezondigt zich in deze aan de eigen basisprincipes. Er zat helemaal niets van kwade bedoelingen in de tweet van Sven Nys. Integendeel. Hij getuigt van respect voor homokoppels. En terecht. Kunnen we in plaats van auto’s in brand te steken, terrassen te vernielen, mekaars geaardheid te veroordelen en uitroeptekens uit te vergroten niet gewoon zijn wat onze samenleving zoveel rijker zou maken? Een beetje verdraagzaam. En of Sven Nys homo of hetero is, maakt daarbij niets uit. Maar leugens hoeft hij niet te tolereren. Waarvoor dank. Uitroepteken!

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 8 november 2014)