Categorie archief: wielrennen

S.O.S. Andy!

‘Andy blijft onze kapitein en we gaan er alles aan doen opdat hij de ploeg kan leiden in de klassiekers en de Tour.’ Het zijn woorden van Flavio Becca, de baas van Andy Schleck. En ook: ‘We weten nog niet of we hem een boete gaan geven omdat hij stomdronken in een hotellift is aangetroffen. We willen eerst zijn kant van het verhaal horen.’ Als ze beslissen om hem een boete te geven, overweeg ik om een klacht neer te leggen tegen Becca. Wegens poging tot moord. Het verhaal van Andy Schleck is niet dat van een dronken topsporter uit op een verzetje. Wel dat van een hopeloos op de dool zijnde jongeman zwalpend op een zee vol draaikolken en woeste golven. Andy Schleck is in zijn hoofd al een hele tijd geen topsporter meer. Duw hem niet nog dieper in het moeras, maar leg zijn ziel aan de trekhaak van een psychiater. Dringend.

Verslaafd aan alcohol. Duidelijk. Dol op pillen. Allicht. Gewoontes gevoed door de soms ondraaglijke last van de weelde en de prik- en slikcultuur van zijn biotoop. Waarschijnlijk. Al hebben we voor dat laatste geen bewijzen. Toch is alles vreselijk herkenbaar. Pantani, Jimenez, Vandenbroucke,… De symptomen vertonen te veel parallellen met de levenswandel van de gesneuvelde helden om ze niet te zien. Destijds werden de ziekteverschijnselen – want dat zijn ze – veel te lang genegeerd. Dat mag niet nog eens gebeuren. Sommige mensen zijn allicht niet te redden, maar het niet proberen staat gelijk met schuldig verzuim.

Andy Schleck nog klaarstomen voor een hoofdrol in de Ronde van Frankrijk van dit jaar is onbegonnen werk. Vergeet de wielrenner Schleck, denk aan de mens Andy. Een totale koersonthouding is de enige optie. Hem nu extra druk opleggen, staat gelijk met het afroepen van het noodlot. Als dat voor de sponsors van zijn ploeg niet te verzoenen valt met gedane investeringen wordt nog maar eens duidelijk dat deze wereld vooral met opportunistische klootzakken is bevolkt. Andy Schleck heeft zijn werkgever de voorbije jaren genoeg publiciteit bezorgd om nu even wat tijdskrediet te kunnen krijgen. De grootste overwinning die voor Andy nog is weggelegd, is die van het herwonnen geluk. Iemand moet de tekst van het nummer Ploegsteert van Het Zesde Metaal dringend in het Engels vertalen en naar zijn entourage en zijn manager opsturen: Ambitie trekt ip overmoed. Ze zijn rap te verwarren. Een huis buiten proportie en een pote veel te sjieke karren. ‘t was leven ip te groot verzet. ‘t probleem van slechte maten. Ze staan altijd klaar, aasgieren en sjacheraars.’ Red Andy Schleck! Ondertussen gaan wij wel volledig op in Milaan-Sanremo. De realiteit van het leven is nietsontziend.


Persoonsgebonden

Moussa Dembélé op vrouwendag op de voorpagina van een krant omdat hij schaduwbokst met zijn zus. Wat zou Delfine Persoon ervan denken? Zij is wereldkampioene boksen bij twee bonden (WIBF en IBF), maar werd tot dusver vooral geweerd van covers. We slaan – ook op televisie – door in de berichtgeving over voetbal en wielrennen. Moussa Dembélé op de frontpagina, Bart Swings (klaar voor de laatste manche van de wereldbeker) en Hans Van Alphen (Olympische held op de operatietafel) weggestopt in hoekjes op de binnenpagina’s. Wat voetballers doen als ze niet op het veld staan of wielrenners als ze niet op een fiets zitten, lijkt in dit land stilaan belangrijker dan de prestaties van atleten uit andere disciplines. Beangstigend.

Ik heb Delfine Persoon twee weken geleden in de Mediamarkt van Roeselare in lingerie gezien. Ik was in de winkel om een koffiezetapparaat te kopen en stelde tot mijn verbazing vast dat er een weging van een boksmeeting plaatsvond. In de afdeling multimediaspeakers staat een klein podium opgesteld. Daarop een ouderwetse weegschaal. Eén voor één worden ze gewogen, de boksers die een dag later in zaal Schiervelde de nobelste aller sporten zullen beoefenen. Schoenen, broek, jas, T-shirt zonder gêne uit in de winkel en in slip op het podium. Man of vrouw. Een onderscheid wordt niet gemaakt. Zo staan ook de Afrikaanse kampioene Fatuma Zarika en Delfine Persoon, die laatste in een mooi blauw lingeriesetje, halfnaakt in de Mediamarkt. Afgetraind als topatletes tussen de slimme televisies, microgolfovens en de USB-sticks. Een vreemd gezicht. Een lauw applausje van de dertig toeschouwers is hun deel als blijkt dat ze moeiteloos onder het voorziene competitiegewicht blijven.

De Afrikaanse kampioene is een dag later geen partij voor de agente bij de Brugse spoorwegpolitie. Persoon domineert de kamp en wint overtuigend op de punten. Ik lees het twee dagen later in een artikeltje van 8 lijnen in de krant. Naast haar wereldtitels heeft ze nog maar één onderscheiding in ontvangst mogen nemen. Ze is in 2012 verkozen tot sportvrouw van de provincie West-Vlaanderen. En af en toe is er een scheutje erkenning van een pendelaar vertelt ze me op de uitreiking van die trofee: ‘Kijk, dat is die flik die bokst!’ Ze glimlacht als ze het vertelt. Delfine Persoon bokst op 29 maart in Gent een eliminatiegevecht voor de WBC tegen de Bulgaarse Petkova. Als ze wint, komt er ook in die bond een wereldtitelgevecht. Ik koester de hoop dat we met zijn allen aandacht zullen besteden aan haar prestatie. Maar een voorpagina? Ik betwijfel het. Die is voorbehouden voor persoonsgebonden schaduwgevechten.

(column verschenen in Het Nieuwsblad op zaterdag 9 maart 2013)


Ogentroost

‘Zou Jürgen Roelandts dat 10 jaar geleden ook hebben geweigerd?’, vroeg Rosalie me in het verwarmde tentje na afloop van de Omloop Het Nieuwsblad. Rosalie is schminkster bij de VRT en overviel me met haar vraag: ‘Heb je hem uit gevraagd?’, probeerde ik. ‘Maar neen!’, repliceerde ze. Ik had haar in de studio wel bezig gezien met Jürgen. Samen met Greg Van Avermaet kwam die kort na de wedstrijd binnengestapt. Greg beende ineens door en plofte zich met een diepe zucht op de stoel naast me. Jürgen zette zich neer achter een camera en ging onophoudelijk met de muis van zijn hand in zijn gezicht wrijven. De oogleden vervroren door de gruwelijk koude noordoostenwind. Bleek nu dat Rosalie hem een oogdruppel had voorgesteld: Euphrasia stillidoses 0,4 ml van Unda. Een onschuldige steriele stof afkomstig van de Euphrasia Officinalis, een plant die in het Nederlands ook wel eens ogentroost wordt genoemd. Rosalie laat het goedje in de loop van de Tour af en toe in mijn ooghoeken druppen om de vermoeidheid te camoufleren.

Professioneel als hij is, wimpelde Jürgen Roelandts de druppels beleefd maar kordaat af. Ze moesten maar eens een verboden stof bevatten. De doctrine van de dopingcontrole is groot. De angst om betrapt te worden zit er diep in. Nog liever bijtende pijn dat het minieme risico van een nochtans 100% natuurlijk product. Een fijn signaal voor de toekomst, maar wel een zware erfenis van het verleden. Zonder naïef te zijn, weiger ik te geloven dat in de wielersport de catharsis niet bestaat. Er is echt wel een deel van het peloton dat wil werken aan de geloofwaardigheid van de sport. De enige keuze die een weg toestaat en nodig acht, is helemaal aan het begin de keuze maken of je ze al dan niet volgt. Eens die keuze is gemaakt, is de weg lang, maar niet onberijdbaar.

Om deze stelling kracht bij te zetten zou het mooi zijn geweest om een onbesproken jonge renner als winnaar van de Omloop te begroeten. Dat is de 36-jarige Luca Paolini, nochtans een uitstekend wielrenner, niet. In Italië is hij al een paar keer in opspraak gekomen. In 2010 zat hij mee in een zaak in Bergamo, waarin ook Elisa Basso (zus van) en haar partner Eddy Mazzoleni waren betrokken. Paolini werd onder meer beschuldigd van EPO-gebruik. Dat hij rijdt voor Katusha is ook geen referentie. De ploeg werd door de UCI oorspronkelijk geweigerd als World Tour team, maar is door het TAS alsnog opgevist. Toch ga ik ervan uit dat de zege in de 68e Omloop Het Nieuwsblad met respect voor de ethiek van de sport is verworven. Je bent nooit te oud om te leren, maar de symboliek van een nieuwe start kan Luca Paolini helaas niet opeisen.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 24 februari 2013)


Beleggingstip

Als u 100 euro een jaar lang op een spaarrekening plaatst, maakt u daar met wat geluk (de rentes gaan nog dalen) 101 euro van. Ondertussen zullen de prijzen van de producten die u dagelijks gebruikt met meer dan 1 procent zijn gestegen. U lijdt verlies. Laat ons daar een einde aan maken. Als Paul D’Hoore het zich kan permitteren om u met beleggingstips te bestoken, willen wij dat ook eens proberen. Als u die 100 euro in plaats van aan de bank aan de bookmakers geeft, is de kans groot dat u er 600 euro van maakt. Maar dan moet u wel inzetten op de juiste man. Wie vandaag Peter Sagan als winnaar tipt voor de Ronde van Vlaanderen krijgt hem aan 6 tegen 1. 100 euro wordt in één klap 600 euro. Een monsterbelegging. Een luxueuze citytrip waard!

Een paar flarden beeld en een handvol foto’s hebben me de voorbije week overtuigd. Peter Sagan wordt dé renner van het voorjaar. Zijn twee ritzeges in de Ronde van Oman getuigden van superioriteit. Zijn spieren maken een malse en elastische indruk, zijn ogen staan fris en opmerkzaam. Bij het overschrijden van de streep was er alweer tijd voor wijde gebaren. De Slovaak Peter Sagan zaait overal energie. Tot hij door de natuur een halt wordt toegeroepen. Een bronchitis en lichte koorts noopten hem in Oman tot de opgave. Een probleem voor uw belegging? Integendeel. De gedwongen rust zal hem deugd doen. Nog 42 dagen scheiden ons van Pasen en de Ronde van Vlaanderen. Het enige gevaar voor uw centen is een valpartij met kwalijke gevolgen in de loop van de volgende weken. Maar dat hoort erbij. Toen Lernout en Hauspie ooit zwaar tegen de grond gingen in de afdaling van de Kemmelberg was hun kermende pijn in honderden woonkamers hoorbaar. Risico’s blijven risico’s. Ook al zijn ze berekend.

Als u uw portefeuille wilt spreiden, kunt u er ook voor opteren om 50 euro op winst van Sagan in Milaan-San Remo ( 3,75 tegen 1) te plaatsen en 50 euro op de zege in de Ronde (6 tegen 1). In het beste geval – als hij ze allebei wint – maakt u van uw 100 euro 487,50  Als hij enkel Milaan-San Remo wint, levert dat u 187,50 euro op. Bij een triomf in de Ronde krijgt u 300 euro. Voorkennis is in deze niet strafbaar. Peter Sagan, nog maar 23 jaar, was vorig jaar al vierde in Milaan-San Remo en vijfde in de Ronde van Vlaanderen. Als hij niet wint, bent u uw geld kwijt. Waarvoor mijn excuses. Is het vulgair om mensen tot gokken aan te zetten? Ik zie het verschil niet met een oproep van een minister om uw geld in aandelen te investeren. Minstens even riskant. Mocht u vatbaar zijn voor verslavingen, doe het dan niet. Maar blijf dan ook van die klote sigaretten, alcohol en cocaïne af.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 17 februari 2013)


Willie

‘Ik bemoei me niet met het privéleven van Marouane Fellaini. Hij moest zich om twee uur melden bij de Rode Duivels en hij was er. Voilà.’ De reactie van Marc Wilmots op het signalement van Fellaini in dancing Carré een uur of acht voor de training was geniaal in zijn eenvoud. Kampfschwein mag dan niet verfijnd klinken, de finesse van de ontmijner bezit deze bondscoach wel. De gespecialiseerde pers stond al klaar om van de speler van Everton het voorwerp van een zaak van staatsbelang te maken. Zelfs ik kreeg dinsdag tijdens een vergadering een telefoontje van een mens van de boekskes om mijn mening over ‘De zaak Fellaini’ te kennen en met de vraag of er dan geen gelijkenissen waren met Tom Boonen die ooit op het balkon van de Carré was gefotografeerd. Aan de andere kant van de lijn klonk ontgoocheling toen ik niet bereid was om mee te gaan in het non-verhaal. Met een onbeleefde zucht werd ingehaakt. Misschien maakt hij er toch nog iets van. Op zo’n momenten ben je blij dat er zeven mensen mee aan tafel zitten om als getuige op te treden.

Wilmots lijkt me voor een communicatie- en marketingdienst niet de meest kneedbare aller trainers, maar heeft het goed begrepen. Geen flauw gezever rond de Rode Duivels in een cruciaal jaar. Pas als ze met hun Porsche in een tankstation zouden binnenrijden – wat dan weer puur hypothetisch is – moet er worden ingegrepen. Maar aan hamburger- en discotheekincidenten gaan we ons toch niet meer storen. Die leiden de aandacht alleen maar af. En alle aandacht moet naar dat ene grote doel: Brazilië halen! Dat heeft Willie goed begrepen. Beter dan zijn voorganger van wie hij naar eigen zeggen niets heeft geleerd. Al durf ik dat te betwijfelen. De huidige bondscoach heeft van de vorige geleerd hoe het niet moet. De belangrijkste stelregel daarbij is dat problemen binnenskamers worden opgelost en dat ze vooral niet dienen om bevriende journalisten primeurs te bezorgen.

Dat Fellaini drie dagen voor een oefeninterland ’s nachts licht geblesseerd liever op zijn benen staat in de VIP-lounge van een discotheek in plaats van slaapt, is niet meteen verstandig. Ik zie het Vincent Kompany niet doen. Maar er een halszaak van maken in de aanloop naar een vriendschappelijk duel is niet nodig. Fellaini staat er ongetwijfeld als het moet. De kans dat net hij ons straks naar Brazilië kopt, is niet denkbeeldig. Misschien moeten de Rode Duivels tussen de belangrijke kwalificatiewedstrijden tegen Macedonië op 22 en 26 maart maar eens een avond vrij krijgen om samen op stap te gaan. Als ik ze dan toch één advies mag geven: vermijd de Carré. Daar lopen er een paar rond met een te losse tong.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 10 februari 2013)


Durf te vragen (bis)

Vorige week lanceerde ik hier een oproep voor een goed gesprek met Johan Bruyneel, een eerlijke niets verhullende babbel. Een gesprek waarin alle vragen mochten worden gesteld zonder dat ze vooraf met advocaten moesten worden doorgenomen. Ondertussen verslikte mijn mailbox zich al een paar keer in de groeiende nieuwsgierigheid van de lezers van deze krant en van de volgers op Twitter: ‘En, al een antwoord gekregen van Johan?’ Bij elke inkomende mail hoopte ik stiekem dat er één met de extensie @johanbruyneel.com bij zou zitten, want uiteraard heb ik mijn column ook ondersteund met een vraag per mail, afgesloten met de woorden: ‘Van een goed gesprek is uiteindelijk nog nooit iemand gestorven! Mvg.’ Naïef ben ik nu ook niet. De kans dat er een positief antwoord zou komen was klein, een afwijzing leek me realistischer. Mensen van het slag Bruyneel hebben de touwtjes van de gewillige houten poppen liever zelf in handen. Als je weigert marionet te spelen in hun kunstmatig gecreëerde wereld is de geliefkoosde tactiek de negatie. Ik kreeg tot dusver nog geen persoonlijk antwoord van Johan Bruyneel. Als dat er nu nog niet is, ga ik ervan uit dat het niet meer komt, want een reactie van hem op de column is er ondertussen wel.

Niet op mijn vraag, maar op een gelijkaardige mail van de alerte S.K. uit Leuven. Die stuurde Bruyneel na het verschijnen van de column een link door met de mededeling: ‘Misschien wel het overwegen waard.’ Amper een uur en elf minuten later had S.K. al een antwoord. Simpel maar duidelijk: ‘Te regionaal…’ Schamperend. Ik had niets anders verwacht. De metamorfose was de jongste jaren niemand ontgaan. Sinds Lance Armstrong het fortuin van Johan Bruyneel verzekerde, zijn megalomanie en minachting zijn leven gaan beheersen. Zijn geboorteland is voor hem niet meer dan kneuterig dorp. Zijn geboortestad een primitief tentenkamp. Na de vlucht uit Madrid woont hij nu in Londen. Metropolen. Dat hij ooit in Izegem is geboren en opgegroeid is hij waarschijnlijk al vergeten. Gelukkig verdampt bedrog niet in de anonimiteit van het wereldburgerschap.

De volledige waarheid komt ooit aan het licht. Niet het gekleurde en onvolledige verhaal dat ons vorig week uit ons bed hield. De grote trafieken uit het recente verleden blootleggen en de linken zoeken naar het hedendaagse wielrennen moeten topprioriteiten zijn voor bondsinstanties, justitie en de onderzoeksjournalistiek. Dat zijn we elk kind dat ervan droomt om coureur te worden verplicht. Maar uitvlooien of Pietje Puk zijn brieven in Keteldorp op amfetamines bestelde, zoals ze bij onze buren momenteel aan het doen zijn, is daarbij minder relevant.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld op zondag 27 januari 2013)


Durf te vragen

De laatste tweet van Johan Bruyneel dateert van 6 januari: ‘De beste paëlla van Londen eet je bij mij thuis. Zonder twijfel.’ Niets opzienbarend tenzij het om codetaal zou gaan. Twee en een half uur heeft Oprah Winfrey met Lance Armstrong gesproken en geen enkele keer is de naam Bruyneel gevallen. Te moeilijk om uit te spreken, niet relevant in het hele verhaal of was dat één van de – ongetwijfeld vele – voorwaarden? Volgens het Usada-rapport was Johan Bruyneel de sublieme architect van het systeem dat tot de onoverwinnelijkheid van Armstrong heeft geleid. Hij was het in elk geval die de Amerikaan na zijn vierde plaats in de Vuelta van 1998 een mail stuurde met de boodschap dat hij de Ronde van Frankrijk kon winnen. Mits de goede begeleiding. Daar zou hij wel voor zorgen. Het huwelijk voltrok zich snel en hield uiteindelijk bijna 15 jaar stand. Het leverde beiden een fortuin op.

Zou Johan Bruyneel op voorhand hebben geweten dat zijn naam in het Oprahgesprek niet één keer zou vallen? Durven hij en Lance mekaar nog bellen of mailen? Of heerst de angst voor telefoontaps en hackers? Waar zou Bruyneel het toneelstuk dat zich over twee nachten spreidde, hebben gevolgd? Thuis in Londen? In dat geval misschien maar een paar blokken verwijderd van het Doubletree by Hilton Hotel waar Emma O’Reilly eenzaam in een hotelkamer hetzelfde deed. O’Reilly was bij US Postal de masseuse en de vertrouwelinge van Lance Armstrong. Tot ze eruit stapte en haar verhaal deed bij David Walsh. Emma werd door Lance op een persconferentie niet veel later een aan alcoholverslaafde hoer genoemd. Eén van de pijnlijke dieptepunten in de saga van intrige en bedrog. Armstrong had haar zondagavond, daags voor het interview met Oprah, proberen te bellen. Ze reageerde niet. Hij stuurde dan maar een sms: ‘Emma, this is Lance. Please give me a call if u can. Thx.’ Ze belde niet. Groot gelijk.

Tot voor kort vulde Johan Bruyneel zijn dagen met het kleineren van mensen die hem een bedrieger durfden te noemen. De stempel van het huis. Momenteel zou hij druk zijn met het schrijven van een boek met zijn waarheid. Richard Virenque deed ooit hetzelfde. Na het proces in Rijsel kwam je bij het lezen van ‘Ma vérité’ niet meer bij.

Beste Johan, met een boek waarin een eenzijdige waarheid staat, maak je geen enkele kans om je imago bij te spijkeren. Geld ga je er misschien wel nog aan verdienen, respect niet. Daarom dit voorstel. Een lang interview. Jij kiest de plaats en het tijdstip, ik stel de vragen. Eén voorwaarde: geen voorwaarden. Geen Oprah-show, maar een gesprek van man tot man. Tranen moeten niet, maar mogen. Als ze oprecht zijn. Durf je?

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 20 januari 2013)


Kneuterig dorp

Voor je beurt spreken is gevaarlijk. Maandag gaf een paar vernieuwende denkers de plannen voor een hervorming van het wielerbestel vrij. Nog voor de inkt droog was, werden de plannen voor de World Series Cycling afgekraakt. Door organisatoren, door renners en wat later door de Internationale wielerunie. Wegens te bedreigend. De urgentie van de situatie dringt vooral in Aigle niet door. Het wielrennen is bijna dood. Er is nood aan een plan. Of Zdenek Bakala en Bessel Kok de juiste opdrachtgevers voor de hervorming zijn, is een andere vraag. Het pleit wel voor ze dat ze het initiatief nemen.

Wat maandag is voorgesteld, zou hard aankomen: 19 wedstrijden, 88 koersdagen. 3 grote rondes, 6 klassiekers en 10 Grand Prixwedstrijden (van elk 4 dagen). Met amper 14 ploegen van 20 renners in de World Series. Dat is bijna een halvering van huidige contingent. Saneren om het rendement te verhogen. Economische wetmatigheden uit crisistijd geprojecteerd op de koers. Komen er dan stakerspiketten aan de ingang van de wielerbaan van Roubaix?

De oplossing vraagt drastische maatregelen. Maar om de feniks uit de as te laten verrijzen is vooral een paternoster aan compromissen nodig. En een mentaliteitswijziging. Veel kruidenierszaken zullen dicht moeten. Wielrennen is een wondermooie sport, de wielerwereld een kneuterig dorp. Met Vlaanderen als model. Mekaar naar het leven staande wedstrijdorganisatoren en drie bonden die het patent op de begrippen wielrennen en wielertoerisme claimen. De Vlaamse Wielrijdersbond de meest dissidente van de drie. Geleid door de familie van Ingelhem en in een verbeten strijd om de wielertoerist verwikkeld met Wielerbond Vlaanderen. Die tweede federatie wordt geleid door Hans Vandeweghe. Ooit een niet onverdienstelijke sportjournalist, maar nu dus met een echte job. Die bestaat er in om het juiste brood te kiezen voor de croque-monsieurs in de cafetaria van de wielerpiste op de Blaarmeersen. De federatie met de meeste uitstraling is de Koninklijke Belgische Wielrijders Bond met Tom Van Damme aan het hoofd. Een strategische denker die vooral de bazen in Zwitserland niet voor het hoofd wil stoten.

Ik wens de architecten van de nieuwe koers veel succes. Een hervormingsplan salonfähig maken, is in het wielrennen al even moeilijk als zonder doping de Ronde van Frankrijk winnen. Achter de schermen willen de heren van de UCI wel eens meegaan in de gedachtegang van denkers, maar eens die met hun plan in de openbaarheid komen, schreeuwen ze hardop: ‘Ich habe es nicht gewusst’. Bij deze een oproep aan alle actoren en stakeholders in de koers: maak er samen werk van…voor het te laat is! Als het moet zonder de UCI.

(column verschenen In Het Nieuwsblad/Sportwereld op zondag 16 december 2012)


Unterschied muss sein

‘Da meenzje nie’, was het eerste wat ik dacht bij het lezen van het nieuwe antidopingdecreet. Triomfalistische rookwolkjes dansten in kringetjes boven de schouw van het kabinet van de Vlaamse minister van sport Philippe Muyters. Het veelbesproken dopingdecreet was aangepast. Misschien is er op het kabinet wel geklonken met een fluit champagne en hebben ze zich allemaal eens goed op de borst geklopt: ‘Wat hebben we dat toch goed gedaan!’

In dit land installeren we in de sportwereld de klassenjustitie. Onze topsporters worden voortaan ingedeeld in vier categorieën: A, B, C en D. Respectievelijk de meer dan waarschijnlijk onverbeterlijke dopingzondaars, de vermoedelijke sjoemelaars, de twijfelgevallen én de topsporters die ter goeder trouw handelen of een sport beoefenen die  we volgens de zelfverklaarde kenners niet als sport moeten aanzien. Een belachelijke indeling, gebaseerd op de perceptie. Wereldvreemd zelfs. De enen mogen zich drie keer vergissen, de anderen kunnen het zich vijf keer permitteren om niet in orde te zijn omdat de ploegverantwoordelijke hun paperassen zal invullen. Mocht ik voetballer zijn, ik klaag het decreet aan wegens ronduit denigrerend: ‘Zijn we dan toch zo dom als het cliché wil?’ Alsof doping en voetbal zo ver van mekaar staan. Zouden de heren verantwoordelijk voor het nieuwe antidopingdecreet de ontwikkelingen in de topsport de voorbije 20 jaar wel hebben gevolgd? Ooit van het Juventusschandaal gehoord? Het mag dan al dateren van midden de negentiger jaren, het was nog beter georganiseerd dan bij US Postal het geval was. Epo, anabolen, groeihormoon,… Bij een aantal Europese topclubs behoren ze nu nog tot de huisapotheek. Daar waar in het wielrennen de no needle policy al een tijd heerst. Voetbal in categorie C dan maar. Ammehoela!

Wie meer dan 3 kilometer loopt, behoort ook tot risicogroep A. Zuurstoftransporterende middelen doen het bij de fondlopers inderdaad goed. Zoals spierversterkende producten uitstekend werken voor sprinters, maar die worden een categorie lager ingedeeld. Waarom het schaatsen niet op gelijke voet wordt behandeld als de atletiek is me ook al een raadsel. Het is algemeen bekend dat langeafstandsschaatsers hun heil zochten/zoeken in EPO en bloedtransfusies.

Met veel goede wil, zou je het nieuwe antidopingdecreet zelf als een daad van goede wil kunnen bestempelen. Wij catalogeren het onder onkunde en geschiedenisvervalsing. Dat laatste zal de toekomst wel aantonen. Hoog tijd dat de minister zich ook in het departement sport door de juiste mensen laat omringen. En ondertussen gaan we gewoon verder discrimineren want…Unterschied muss sein.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 25 november 2012)


Luxeproblemen

11.186 mensen namen tot gisteren om 17u11 deel aan een Sporzapoll over wie zij als sportman van het jaar zien. Ruim representatief in de leer van de statistiek. De keuze moest worden gezocht binnen het kransje van de drie genomineerden: Wielrenners Tom Boonen, Philippe Gilbert en tienkamper Hans Van Alpen. 59(!) procent van de deelnemers aan de poll vindt dat die laatste dé sportman van het jaar is. Boonen moet zich tevreden stellen met 35% van de stemmen, Gilbert met 6%. De wielrenners samen komen aan twee derde van het totaal van de tienkamper. Hallucinant in een koersgek land, maar tegelijkertijd ook een fijn signaal. Het spectrum is voor de bezoekers van sportwebsites breder dan de wielerwereld. De overwinningen in Götzis en Talence en de vierde plaats van Hans Van Alphen op de Olympische Spelen zijn niet onopgemerkt voorbijgegaan. Terechte erkenning voor een groot atleet. Het zal de tonus van zijn motivatie op scherp zetten voor de jaren aan de top die hem nog resten.

Toen de genomineerden werden bekendgemaakt, ontstonden op de sociale media quasi onmiddellijk verhitte discussies. Waar waren voetballer Vincent Kompany, karabijnschutter Lionel Cox en golfer Nicolas Colsaerts gebleven? Respectievelijk kampioen met Manchester City in de Premier League, vice-Olympische Kampioen (en de enige Belgische man met een medaille in Londen) en de winnaar van het WK matchplay en de Ryder Cup. Aan de collega’s die voetbal maar een spelletje vinden en karabijnschieten en golf liever niet onder sport catalogeren: stik in het universum van jullie eigen waarheid!

We hebben luxeproblemen bij de verkiezing van de beste sporter van 2012. We kunnen het moment beter koesteren dan er veel gezever en gezanik aan te wijden. Iedereen die vindt dat Hans Van Alphen de trofee moet krijgen, moet zich nu al wapenen tegen de frustraties van de verkiezingsavond. Een glazen bol heb ik niet, maar ik durf nu al te voorspellen dat Tom Boonen sportman van het jaar wordt. Het wieler-DNA is in de Belgische sportjournalistiek een pak dominanter dan dat van de atletiek. En wie kan het de journalisten – want zij stemmen – straks kwalijk nemen dat ze de winnaar van de E3-Prijs, Gent-Wevelgem, Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, het Belgisch Kampioenschap en Parijs-Brussel tot sportman van het jaar verkiezen? Niemand. Echt niemand. Een domme keuze kan je het bezwaarlijk noemen. Overigens blijft het maar een titel. En van eer en roem kan je geen boodschappen doen. Wie het ook wordt: Tom Boonen, Hans Van Alpen of toch Philippe Gilbert?! Het afgetrainde lichaam zal op maandag 17 december in perfecte zit door het krantenpapier snijden. Weelde in crisistijden.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 18 november 2012)


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 75.590 other followers