Categorie archief: Olympisch Spelen

Unterschied muss sein

‘Da meenzje nie’, was het eerste wat ik dacht bij het lezen van het nieuwe antidopingdecreet. Triomfalistische rookwolkjes dansten in kringetjes boven de schouw van het kabinet van de Vlaamse minister van sport Philippe Muyters. Het veelbesproken dopingdecreet was aangepast. Misschien is er op het kabinet wel geklonken met een fluit champagne en hebben ze zich allemaal eens goed op de borst geklopt: ‘Wat hebben we dat toch goed gedaan!’

In dit land installeren we in de sportwereld de klassenjustitie. Onze topsporters worden voortaan ingedeeld in vier categorieën: A, B, C en D. Respectievelijk de meer dan waarschijnlijk onverbeterlijke dopingzondaars, de vermoedelijke sjoemelaars, de twijfelgevallen én de topsporters die ter goeder trouw handelen of een sport beoefenen die  we volgens de zelfverklaarde kenners niet als sport moeten aanzien. Een belachelijke indeling, gebaseerd op de perceptie. Wereldvreemd zelfs. De enen mogen zich drie keer vergissen, de anderen kunnen het zich vijf keer permitteren om niet in orde te zijn omdat de ploegverantwoordelijke hun paperassen zal invullen. Mocht ik voetballer zijn, ik klaag het decreet aan wegens ronduit denigrerend: ‘Zijn we dan toch zo dom als het cliché wil?’ Alsof doping en voetbal zo ver van mekaar staan. Zouden de heren verantwoordelijk voor het nieuwe antidopingdecreet de ontwikkelingen in de topsport de voorbije 20 jaar wel hebben gevolgd? Ooit van het Juventusschandaal gehoord? Het mag dan al dateren van midden de negentiger jaren, het was nog beter georganiseerd dan bij US Postal het geval was. Epo, anabolen, groeihormoon,… Bij een aantal Europese topclubs behoren ze nu nog tot de huisapotheek. Daar waar in het wielrennen de no needle policy al een tijd heerst. Voetbal in categorie C dan maar. Ammehoela!

Wie meer dan 3 kilometer loopt, behoort ook tot risicogroep A. Zuurstoftransporterende middelen doen het bij de fondlopers inderdaad goed. Zoals spierversterkende producten uitstekend werken voor sprinters, maar die worden een categorie lager ingedeeld. Waarom het schaatsen niet op gelijke voet wordt behandeld als de atletiek is me ook al een raadsel. Het is algemeen bekend dat langeafstandsschaatsers hun heil zochten/zoeken in EPO en bloedtransfusies.

Met veel goede wil, zou je het nieuwe antidopingdecreet zelf als een daad van goede wil kunnen bestempelen. Wij catalogeren het onder onkunde en geschiedenisvervalsing. Dat laatste zal de toekomst wel aantonen. Hoog tijd dat de minister zich ook in het departement sport door de juiste mensen laat omringen. En ondertussen gaan we gewoon verder discrimineren want…Unterschied muss sein.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 25 november 2012)


Luxeproblemen

11.186 mensen namen tot gisteren om 17u11 deel aan een Sporzapoll over wie zij als sportman van het jaar zien. Ruim representatief in de leer van de statistiek. De keuze moest worden gezocht binnen het kransje van de drie genomineerden: Wielrenners Tom Boonen, Philippe Gilbert en tienkamper Hans Van Alpen. 59(!) procent van de deelnemers aan de poll vindt dat die laatste dé sportman van het jaar is. Boonen moet zich tevreden stellen met 35% van de stemmen, Gilbert met 6%. De wielrenners samen komen aan twee derde van het totaal van de tienkamper. Hallucinant in een koersgek land, maar tegelijkertijd ook een fijn signaal. Het spectrum is voor de bezoekers van sportwebsites breder dan de wielerwereld. De overwinningen in Götzis en Talence en de vierde plaats van Hans Van Alphen op de Olympische Spelen zijn niet onopgemerkt voorbijgegaan. Terechte erkenning voor een groot atleet. Het zal de tonus van zijn motivatie op scherp zetten voor de jaren aan de top die hem nog resten.

Toen de genomineerden werden bekendgemaakt, ontstonden op de sociale media quasi onmiddellijk verhitte discussies. Waar waren voetballer Vincent Kompany, karabijnschutter Lionel Cox en golfer Nicolas Colsaerts gebleven? Respectievelijk kampioen met Manchester City in de Premier League, vice-Olympische Kampioen (en de enige Belgische man met een medaille in Londen) en de winnaar van het WK matchplay en de Ryder Cup. Aan de collega’s die voetbal maar een spelletje vinden en karabijnschieten en golf liever niet onder sport catalogeren: stik in het universum van jullie eigen waarheid!

We hebben luxeproblemen bij de verkiezing van de beste sporter van 2012. We kunnen het moment beter koesteren dan er veel gezever en gezanik aan te wijden. Iedereen die vindt dat Hans Van Alphen de trofee moet krijgen, moet zich nu al wapenen tegen de frustraties van de verkiezingsavond. Een glazen bol heb ik niet, maar ik durf nu al te voorspellen dat Tom Boonen sportman van het jaar wordt. Het wieler-DNA is in de Belgische sportjournalistiek een pak dominanter dan dat van de atletiek. En wie kan het de journalisten – want zij stemmen – straks kwalijk nemen dat ze de winnaar van de E3-Prijs, Gent-Wevelgem, Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, het Belgisch Kampioenschap en Parijs-Brussel tot sportman van het jaar verkiezen? Niemand. Echt niemand. Een domme keuze kan je het bezwaarlijk noemen. Overigens blijft het maar een titel. En van eer en roem kan je geen boodschappen doen. Wie het ook wordt: Tom Boonen, Hans Van Alpen of toch Philippe Gilbert?! Het afgetrainde lichaam zal op maandag 17 december in perfecte zit door het krantenpapier snijden. Weelde in crisistijden.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 18 november 2012)


Zaaiers van hoop

‘Papa, die Paralympics, wat zijn dat eigenlijk?’, kwam mijn 8-jarige zoon J. me vorige week op het terras plots vragen met een bestoft gezicht dat verried dat hij net heerlijk had geravot. Ik wou een uitleg met het woord authenticiteit afsteken, maar bedacht me op tijd. Dat zou hij nooit begrijpen, dus beantwoordde ik zijn vraag als volgt: ‘De Paralympische Spelen zijn hetzelfde als de Olympische Spelen voor mensen als jij en ik die op een bepaald moment in hun leven wat ongeluk hadden en daardoor niet kunnen deelnemen aan de Olympische Spelen. Voor de rest zijn zij even fel met hun sport bezig en minstens even gelukkig als de mensen die een dikke maand geleden in Londen al een medaille probeerden te winnen! Begrijp je het nu een beetje, vriendje?’ Hij knikte alsof hij het helemaal doorhad, maar vond het toch nodig om me nog met een bijvraag te bestoken. ‘Zwemmen doen ze niet hè, papa?’ ‘Hoezo?’ ‘Met die rolstoel kunnen ze het water toch niet in?!’ Mijn vrouw en ik schoten in een lach. Ontwapenende kronkels in kinderhoofden. Daarvoor wil je ouder zijn. Maar dat de interesse van kinderen voor de Paralympische Spelen wordt gewekt is een evolutie ten goede. De aandacht die ze krijgen, hebben de atleten verdiend. En of we nu geen of zes medailles winnen, het maakt niets uit. Het gaat om het verhaal achter de medailles. Paralympische atleten zaaien toekomstperspectieven, belichamen dat niets onmogelijk is.

De Italiaan Alex Zanardi is één van hen. Dubbel goud in Londen. Met de handbike, in de tijdrit en de wegrit. Zanardi is ex-Formule 1 piloot, crashte zwaar tijdens de Eurospeedway op de Lausitzring in Duitsland. Op 15 september 2001 was hij achteraan op de grid gestart en reed hij helemaal naar de koppositie. Toen hij op 13 ronden van het einde na een pitstop de baan opnieuw opreed, werd Zanardi zwaar gegrepen door de wagen van Patrick Charpentier. Een dubbele beenamputatie volgde. Twintig maanden later keerde hij terug naar Duitsland om voor volle tribunes die 13 vergeten ronden in een aangepaste wagen alsnog te rijden. De inhaalrace van die 15e september 2001 bepaalden de elf volgende jaren uit het leven van Zanardi en mondden uit in twee keer Londens goud. Zelden kreeg een achtervolging op een eigen verleden meer symboliek. Dat de concurrentie hem ervan beticht om met een te lichte fiets te rijden, is flauw. Dat Oscar Pistorius zijn tegenstanders verwijt met te lange stelten te lopen, is kleingeestig. De Paralympische Spelen moeten opletten dat ze zichzelf niet gaan kannibaliseren. De geest van het evenement moet worden bewaakt. En die kan worden samengevat in drie woorden: hoop voor iedereen!

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld op zondag 9 september 2012)

Filmpje van de 13 vergeten ronden van Alex Zanardi vind je hier


Lionel

‘Hoeveel uren train jij per week?’, vroeg een lid van ons Olympisch achtervolgingsteam aan Lionel Cox een paar dagen voor die in competitie moest aantreden. ‘Toch zo’n vijf à zes uur!’, antwoordde onze karabijnschutter. ‘Per dag?’ ‘Nee, per week!’ De wielrenner slikte even en onderdrukte een lachje. Lionel Cox, de amateur tussen de beroepssporters ging na het gesprek in het Olympisch dorp weer in de anonimiteit op. Een paar dagen later was hij wel goed voor zilver. Cox is voorlopig de beste Belg op de Olympische Spelen. Redder van het BOIC, weekendheld van een land. Karabijnschieten, niets om schamper over te doen. Het is een Olympische discipline en een medaille is een medaille. Zelfs uren na de wedstrijd was het enthousiasme van Lionel Cox zuiniger dan Olympisch zilver verdraagt. Autohypnose is het wapen van onze schutter. Hoe hij dat doet, houdt hij liever voor zichzelf. Dat is te persoonlijk. Aan iets denken om uiteindelijk aan niets meer te denken. Het klinkt makkelijker dan het is en vormt het belangrijkste onderdeel van zijn discipline.

Niemand kende Lionel Cox tot eergisteren. Niemand deed ook moeite om hem te kennen. Het BOIC organiseerde vorige week een persmoment om de arbeidsinspecteur bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor te stellen, maar als collega Bert Pitschon daar met zijn cameraploeg niet was opgedoken moest de mediabijeenkomst worden geannuleerd. Rijen lege stoelen en één man achter een veel te grote tafel: Lionel Cox. Toen nog verstopt in zijn eigen wereld, nu bekende Belgische Olympiër. Bij zijn thuiskomst zullen veel politici zich tegen hem aanschurken. Willen ze hem dan ook een subsidie toekennen die de door hem gemaakte kosten in de aanloop naar de Spelen volledig dekt? Daar zal de medaillepremie van 30.000 euro niet voor volstaan.

Het verhaal van Cox is dat van België op zijn best. Vanuit de underdogpositie naar de top. Nooit in de finale van een wereldbeker of wereldkampioenschap en nu plots op het podium van de Olympische Spelen. Lionel Cox doet me denken aan een kruising van pianovirtuoos Pierre-Alain Volondat en acteur Rowan Atkinson. Schuchter giechelend en trefzeker schietend de Belgische sportgeschiedenis in. Een ambtenaar die al liggend een medaille pakt. Het mag ons eigenlijk niet verbazen. Het gegeven smeekt om grapjes, maar is vooral heerlijke realiteit. En Lionel Cox kan nog een aantal olympiades mee. De man die goud won is 13 jaar ouder dan onze landgenoot, de bronzen medaillewinnaar zelfs 18 jaar. Zou Cox in de toekomst nog eens een deliberatie moeten vrezen? De Belgische sportcultuur kennende zouden we er niet eens van verschieten.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 5 augustus 2012)


Onze witten

Ik vind het moedig van hockeybondscoach Pascal Kina om Sofie Gierts niet mee te nemen naar de Olympische Spelen. Als ze contraproductief is voor het collectief neemt hij een terechte beslissing. Maar willen of niet. In Londen zal aan Sofie worden gerefereerd. Onnodig, want de Spelen van dit jaar zijn een onverwachte extra voor de Red Panthers. Een niet ingecalculeerde kans om ervaring op het hoogste niveau op te doen. Geen terminus. Uiteraard moeten ze het zo goed mogelijk doen, maar een Olympische medaille is een utopie. Met of zonder Gierts. Kina heeft zijn beslissing ongetwijfeld goed overwogen. Hij dreigt wel het slachtoffer te worden van de gammele communicatie van zijn federatie. Waarom laat die zoveel ruimte voor speculatie?

‘Ik ben een gebroken vrouw!’, is het enige wat blijft hangen. Gefundenes Fressen voor de mondiger wordende (maar vaak onwetende) sportliefhebber, de ideale aanzet voor Facebook- en Twitterterreur. Sofie Gierts in de slachtofferrol. Met de gebrekkige communicatie kon het niet anders. De zaak zal niet rusten tot de waarheid of een deel ervan naar buiten komt. De eerste lekken zijn voor binnenkort. Het lijkt me zelfs voer voor ‘de boekjes’. De vrouwenhockeyploeg spreekt meer dan een handvol specialisten aan. Het zou zonde zijn mocht het mooie verhaal er plots een worden van krabbende en bijtende vrouwen. Direct communiceren had de storm op een paar dagen kunnen doen liggen. Over het sportieve belang van Sofie Gierts spreek ik me niet uit. Drie doelpunten in de finale van het pre-Olympisch tornooi verleiden tot scorebordjournalistiek. Daar weiger ik aan mee te doen.

Er is zeker een correlatie tussen sportieve meerwaarde en de tolerantiegrens bij het niet naleven van afspraken. Toen ik ruim twintig jaar geleden kampioen speelde met de juniores van KVK Ieper hadden wij een onmogelijke gast in de ploeg, onze witten. Hij weigerde op te warmen in het trainingspak van de sponsor, sliep voor de match zijn roes al eens uit in de auto van een vriend voor de poort van ons stadion en ging een ei leggen (zoals hij het zelf plastisch omschreef) als de trainer aan de tactische bespreking begon. Maar in elke match liet onze witten drie flitsen zien en scoorde hij minstens één keer. Tot we op vijf matchen van het einde een voorsprong van zes punten uit handen dreigden te geven. Onze superman stond droog. Op vraag van de ploeg werd hij disciplinair geschorst. We hadden nood aan een gelijkspel op de laatste speeldag om kampioen te worden. Het werd 2-2. Het beslissende doelpunt viel in de toegevoegde tijd en werd gemaakt door…de vervanger van onze witten. Niemand is onmisbaar!

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 29 april 2012)

 


Piet Piraat

Uit een studie uitgevoerd in 53 landen blijkt dat België het land is waar mensen op het werk het minste worden gepest. Dat is een van de conclusies van een enquête van het onderzoeksbureau Monster. Ongeveer 38 procent van de ondervraagden in ons land gaf toe dat het met pesterijen op het werk te maken krijgt. In Groot-Brittannië is dat 70 procent. 38 procent is gigantisch veel. Wat is pesten? Een ruim begrip blijkt op de website van pestenophetwerk.net. Corporatief pesten, organisatiepesten, klantpesten, seriepesten, secundaire pesterijen, duopesten, groepspesten, plaatsvervangend pesten, regulatiepesten, residueel pesten, cyberpesten. Wie de uitleg leest, moet ooit wel al eens zijn gepest. Die 38 procent ligt dus aan de lage kant. Ik onderken het probleem, maar denk dat er af en toe wordt overdreven.

‘Wat heeft dit met sport te maken?’, vraagt u zich ongetwijfeld af. Dat brengt me tot een bekentenis. Ik heb ooit wel eens deelgenomen aan een groepspesterij op het werk. Mea culpa. Het was tijdens de Olympische Spelen van 2008 op de VRT-sportredactie. Een pientere eindredacteur plakte een gele Post-it op het werkblad van een neofiet. ‘Peter Van De Velde + telefoonnummer’, vermeldde de notitie. We hadden dringend een specialist ‘zeilen’ nodig voor het avondprogramma van Frank Raes. In de trip van het vele werk en bij afwezigheid van kinderen op dat moment stond het slachtoffer niet stil bij de gekrabbelde naam. Een kleine googlezoekactie zou hem naar Piet Piraat hebben geleid. Peter Van De Velde is de acteur die Piet Piraat vertolkt in de reeks van Studio 100. In plaats daarvan vroeg hij de eindredacteur wat hem te doen stond. ‘Bel die mens eens. Hij is een goede zeiler en heeft nog altijd een boot. Dat zou een goede gast zijn bij Frank op de sofa straks’, vertelde die stijf serieus. Negen hoofden krompen ineen achter een computerscherm in een poging om het schuddebuiken onder controle te houden. Een hilarisch telefoongesprek volgde. De lachsalvo’s na het inhaken werkten aanstekelijk. Ze gaven ons energie om alweer een dag van achttien werkuren (en dat werd zeker niet als corporatief pesten ervaren) te kloppen.

Pesterijen of humor? Soms is de grens flinterdun. Betrokkene heeft er geen trauma aan overgehouden en is ondertussen zelf een gewaardeerd eindredacteur. Hij kijkt ongetwijfeld uit naar de zeilprestaties van Evi Van Acker op de komende Olympische Spelen in Londen. Stagiairs en nieuwkomers kunnen deze column maar beter hebben gelezen. Anders lijken alle voorwaarden vervuld om een traditie te installeren.

PS: Peter Van De Velde is vandaag jarig. Gelukkig verjaardag, Piet…euh Peter.

(column verschenen in Nieuwsblad/Sportwereld op zondag 15 januari 2012)


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 75.591 other followers