Maandelijks archief: februari 2012

Hij is terug! (Of toch niet?)

Het inschatten van de fysieke en mentale paraatheid van Tom Boonen. Het is al een paar jaar een vast ritueel tijdens donkere wintermaanden. Is hij opnieuw even sterk als in 2005 en 2006? Brandende vraag, voer voor veel speculaties. Welles-nietes aan de toog, op redacties en obscure fora. Beeldvorming gebaseerd op geruchten, deductie en zintuiglijke waarnemingen. Hoe vaak is hij gesignaleerd in het nachtleven van Mol en wijde omgeving? Hoeveel ritten en op welke manier wint hij die in wedstrijden waar volgens Roger De Vlaeminck enkel bergaf wordt gereden? Vertoont zijn silhouet opnieuw de contouren van een luipaard? Ruikt zijn zweet naar ammoniak? De nieuwe media kreten elke mening uit. We verdrinken net niet in vermeende kennerstheorieën die naar masturbatie neigen, maar zelden een hoogtepunt kennen. En daar doen we op televisie en op website gretig aan mee. Ik kan niet anders dan dat toegeven. En wat renners er zelf van vinden? Daar trekken we ons niets van aan. Lijdende voorwerpen in de demarrage van de vernieuwde samenleving. Met gevoeligheden hou je geen rekening. Laat staan met gevoelens. Voor of tegen, zwart of wit, juist of fout. Het maakt niets uit. Publieke figuren kunnen daar mee om. Denken we. Al dan niet gefundeerde meningen braken doen we graag.

We verdrinken net niet in vermeende kennerstheorieën die naar masturbatie neigen, maar zelden een hoogtepunt kennen.

Hier volgt er nog één. De conclusie na de Omloop Het Nieuwsblad: ‘Ja, hij is terug!’ Tom koerste zoals in zijn beste dagen, testte op de geliefde Taaienberg, duldde enkel de sterksten in zijn gezelschap en vuurde medevluchters aan door gretigheid. Vaststellen dat er dan eentje beter is, is geen schande. Sep Vanmarcke reed de koers van zijn nog jonge leven. Hij voerde eerder al imponerende nummers op in Gent-Wevelgem (twee jaar geleden) en Parijs-Roubaix (vorig jaar) en mengt zich in de toekomst ook in de finale van de Ronde van Vlaanderen. Dat uurtje meer zal het verschil niet maken. Dat zie je zo. Vanmarcke, jongen van het volk in de studio: ‘Ik klop hier gewoon de Belgische held!’ (sic). Heerlijk!

Het wielervoorjaar is begonnen en Tom Boonen is straks opnieuw dé topfavoriet in Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Het geniale nummer in Vlaanderens Mooiste van 2005 – een Maradonadribbel die vertrok vanop de eigen helft – hangt opnieuw in de lucht. Voilà. Van het gespeculeer zijn we af. Hij is terug! Of toch niet? De Omloop Het Nieuwsblad is nu ook geen topklassieker, slechts 200 kilometer lang. En Sep Vanmarcke is geen Fabian Cancellara. Nog lang niet. We zijn opnieuw vertrokken. Speculaties en prognoses horen erbij. We hebben maar één zekerheid: er wordt opnieuw gekoerst bij ons. En veel mooiere dingen bestaan er niet!

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 27 februari 2012)


Dominee Gremdaat

Woendagavond moest ik in Dilbeek zijn voor een voorstelling van ‘Helden in de sport’. De angst dat ik de aankondiging van de 16e Elfstedentocht niet live zou meemaken bekroop me. Voorzitter Wiebe Wieling van de Koninklijke Vereniging Friesche Elf Steden ging om 19 uur in conclaaf met de rayonhoofden. Een persconferentie zou in de loop van de avond volgen. Het avondeten passeerde de slokdarm moeizaam. Ik zocht naar auguriën op Twitter, maar het bleef sinds de start van de vergadering stil. Was er dan niemand door het sleutelgat aan het kijken? De verhoopte livestream werkte niet en ik zonderde me af, tot een vriendelijk meisje me voorstelde om het televisietoestel in de hoek van de foyer aan te zetten.

Nederland 3. Erben Wennemars, Erik Hulzebosch en Mark Tuitert aan tafel in De Wereld Draait Door. Drie schaatsers hopend op de verlossing. Vooral Wennemars heeft het goed te pakken: ‘Ik wilde schaatser worden sinds 1985. Toen zag ik als 9-jarige jongen Evert Van Benthem de tocht winnen. Hij is mijn ultieme held!’ Die editie bezorgde ook mij de liefde voor het evenement. Ik was toen wel al 14 jaar. Verhalen over kwakende eenden, gravende mollen en visjes in het zand in correlatie met weersvoorspellingen volgden. Tot ze om acht uur, onverwacht snel, live naar Leeuwarden moesten. ‘De dame rechts kijkt sip! Het wordt niks!’, klonk het. ‘Zal ik alvast plaatsruimen voor dominee Gremdaat’, lachte Jan Mulder die ook aan tafel zat. Dominee Gremdaat was ingehuurd als zalver-met-dienst voor het geval de Tocht der Tochten toch niet zou doorgaan. En toen vulde Wiebe Wieling het scherm: ‘Ik heb geen goed nieuws!’ Vijf woorden waardoor een land uit de droom ontwaakte.

De dominee had ondertussen de stoel van Jan ingenomen en probeerde grappend het krakende ijs helemaal te breken: ‘Waarom doen ze een deel van het traject niet met de bus? In de Tour nemen ze toch ook het vliegtuig!’ Troost bracht hij niet. ‘Je wil in die kooi staan!’, stamelde Wennemars met tranen in de ogen tussen het gebrabbel van Gremdaat en je zag hem denken: ‘Hou nu toch eens je domme smoel! Als we niet in een televisieprogramma zaten, had ik al lang op je gezicht geklopt!’ Hij had het gewoon moeten doen. Ook typetjes moeten weten wanneer ze hun mond moeten houden.

Al jaren hoop ik dat het nog eens gaat gebeuren om vanuit Friesland een dagvullend televisieprogramma te  maken. Nu leek het eindelijk zover. De productie-oefening was gemaakt. Na de afkondiging van de tocht zou ik ’s nachts nog naar Leeuwarden reizen. Niet dus. Het halfuur tussen de ‘Njet!’ van Wiebe Wieling en het begin van de voorstelling was zwaar. Tot het in de kleedkamer tot me doordrong: ‘Doe eens normaal, man!’ In Griekenland staat de maatschappij in brand en in Syrië eist de onrust dagelijks doden. Al de rest is niet meer dan verblinding. Die tocht komt er ooit nog wel eens.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 12 februari 2012)


Verdriet

Mutsje over het hoofd getrokken, de tranen achtereenvolgens wegvegend met de linker- en de rechterhand. Zwaar op de proef gesteld door de harde wetten van het leven liep hij tussen fans van beide ploegen de donkere vriesnacht in. Naar de spelersbus of een klaarstaande auto met draaiende motor? Niemand die het wilde weten. Voyeurisme ver weg op Daknam. Geen enkele supporter dacht eraan om de stilte open te scheuren. Lokeren en fatsoen, het gaat blijkbaar samen. We hadden te doen met Wesley Sonck, gebroken man na een bekerduel dat voor verlichting moest zorgen. Een dag na het onverwachte overlijden van zijn vader wilde Sonck zijn ploeg niet in de steek laten voor de halve finale van de Beker van België. Voor de match nam hij in de kleedkamer het woord. Sommige buitenlanders, nog niet op de hoogte van wat was gebeurd, trokken bleek weg. ‘Het leven gaat verder. Doe het voor mij en voor de ploeg!’, sprak hij zijn ploegmaats toe. Het maakte indruk.

Ondertussen had hij trainer Chris Janssens zelf gevraagd om niet te starten. Te moe. Na een slapeloze nacht – gevangen in emoties en ongeloof – vond hij dat zijn vervanger Stein Huysegems het collectief beter kon dienen. Professionalisme ten top. Wesley verbeet een uur lang verdriet en koude op de bank. Dik ingeduffeld en omarmd door de warmte van de andere invallers. Dan dropte Janssens zijn aanvaller-in-vorm in de ploeg op zoek naar het belangrijke doelpunt buitenshuis dat Lierse op weg naar Brussel kon helpen. Lang moest hij niet wachten. Drie minuten later stuurde Maric een bal richting penaltypunt, Taravel devieerde onbewust met het hoofd richting eigen doelman, Sonck stond ertussen en demonstreerde de pracht van de subtiliteit. Met de binnenkant van de rechtervoet liet hij de bal voorbij Lazic hobbelen. Subliem. Beter afwerken kon niet. Intuïtief reageren, kwaliteit van de echte spits. Sonck zette Lierse op de snelweg naar het Koning Boudewijnstadion, ware het niet dat de grensrechter zijn vlag omhoog stak omdat hij niet had gezien dat Taravel de bal als laatste had geraakt. Zonde voor Sonck, erg voor Lierse. Van buitenspel was er geen sprake, maar de reacties waren waardig. Waar Wesley Sonck in normale omstandigheden furieus op de scheidsrechter zou afstormen, bleef hij nu nederig en rustig. De klachtenlitanie kwam niet. Sereen stapte hij weg.

Wesley Sonck heeft bij een deel van het publiek zijn imago tegen: blaaskaak verzuipend in eigendunk. Ik dacht het niet. Wesley is vooral een gevoelige jongen. En voetballen kan hij nog altijd. Wie de handleiding goed gebruikt, is in staat om van Sonck nog een paar jaar een waardevolle pion maken.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 5 februari 2012)


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 75.591 other followers