Maandelijks archief: januari 2012

Discotheek

‘Boven op de berg, ja daar staat een kleine dwerg!’ en ‘Ik wil sex met die kale!’. Discotheek Koksijde draaide gisteren al op volle toeren. Bocht 7 op Alpe d’Huez uitgesmeerd over een parcours van drie kilometer. Ongeremd feestende Nederlanders na de zegetochten van Mathieu Van der Poel en Lars van der Haar. De zeldzame kuifleeuwerik ontvluchtte het stiltegebied in de duinen richting De Panne. Hij maakte plaats voor de echt vreemde vogels. Mannen met een spandoek ‘Roze is voor janetten’ (alluderend op de kleur van de fiets van Zdenek Stybar), een zonderling met een gigantische kikker over zijn voorhoofd gedrapeerd of fans van Rob Peeters die de parodiërende slogan ‘Het is feest als Rob (in plaats van Bob) rijdt!’ met zich meezeulen. Het voorspel op het volksfeest was veelbelovend. Dat Nederland de mooiste prijzen pakt en dat het dat ook deze ochtend met Marianne Vos gaat doen, vindt niemand erg. Als het straks maar goed komt. Het drukst bezochte wereldkampioenschap in de geschiedenis van deze sport smeekt om een Belgische winnaar.

Van der Poel, van der Haar, Vos. Wiens familienaam met een V begint, maakt vanmiddag veel kans. Vantornout of Van Amerongen dus? Weinig waarschijnlijk. Laat ons eerlijk zijn. Slechts vier atleten kunnen vandaag wereldkampioen worden: Albert, Nys, Pauwels en Stybar. Drie Belgen en een Tjech. Microkosmos cyclocross. Het minuscule karakter van het veldrijden wordt elk jaar iets scherper afgetekend. De internationalisering van deze sport moet – wars van het gekwaak van de UCI – niet au sérieux worden genomen. Dat de Nederlandse Omroep Stichting op zaterdag zelfs de moeite niet doet om de titelstrijd bij de juniores en de beloften uit te zenden, terwijl de wereldtitels van Van der Poel en van der Haar op voorhand te voorspellen waren, zegt veel over het dédain waarmee de sport in het buitenland wordt bekeken. Veldrijden als folkloristisch regionaal gebeuren. De kans op wereldwijde erkenning wordt steeds kleiner.

Misschien zit er een plaatsje in op de lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid van UNESCO, zoals de Gilles van Binche en het carnaval van Aalst daar al een tijdje op prijken. Maar laat ons die kandidatuur nog even uitstellen en het genot van deze dag niet vergallen. Straks zien ruim één miljoen mensen hoe een Belg voor – al dan niet misplaatste – euforie zorgt. En ook wij als televisiezender gaan volop mee in de gekte. Om kwart voor elf duik ik de studio aan de aankomst in om er niet meer uit te komen voor zes uur. Mijn vriend Mart Smeets zal me ongetwijfeld gek verklaren, maar dat neem ik er voor één keer graag bij. Puur genot is het, Mart!

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 29 januari 2012)


Franky

‘Ik ben niet ongoocheld, maar moedeloos’, fluisterde de trainer na afloop van de alweer verloren wedstrijd. Toen Genk een tweede keer scoorde, zakten zijn schouders nog dieper weg dan gewoonlijk, de jukbeenderen profileerden zich nog één keer heel fel en vervolgens loste het hele lichaam zijn tonus. Het pezige lijf capituleerde voor het defaitisme. Medelijden met Franky Van der Elst overviel me. Geplaagd, getergd en moegestreden sjokte hij langs de zijlijn de wedstrijd uit. Drie kwartier vol hoop compleet weggewist door een helft van zielig verloren gegane intenties. Zes dagen en twee matchen maakten nog eens pijnlijk duidelijk hoe oneerlijk een spel met een bal wel kan zijn. Racing Genk sprokkelde tegen Zulte Waregem en STVV vier punten op zes terwijl het er geen enkel, hooguit één verdiende.

De woordenwolk die Franky Van der Elst omgaf toen hij stopte met voetballen was zo mooi: Molenbeek, Boskamp, Brugge, nationale ploeg, 86 A-caps, vier WK’s, 565 matchen in eerste klasse, Kampioen, Beker, Supercup, Gouden Schoenen. Het lijstje was af! Alle ingrediënten voor een laudatio zonder weerga verenigd in één spelersloopbaan. Het staartje als trainer bevat ondertussen te veel afval: degradatiespook, tweede klasse, ontslag, Brussels, Lommel United, STVV. Opsmuk van een erelijst kan je het bezwaarlijk noemen. Franky verdient beter.

Ik zag Franky Van der Elst in gedachten aan het stuur van zijn gezinswagen tijdens de lange rit van Sint-Truiden naar Brugge. Snakkend naar het nest van de geborgenheid. Hij had zijn jongens een halfuur daarvoor bedankt en een zaterdag vrijaf gegeven voor de geleverde prestatie in de eerste helft. Zijn vriend Raymond reed met hem mee op de E40, in de CD speler weliswaar: ‘Ik heb al meermaals overwogen. Het gaat er niet om hoe snel ik reed. En evenmin hoe ik zal rijden. Maar ik zal mezelf zijn aan de meet. En waar de meet is. Hier of ginder. Het maakt niet uit. Het maakt geen verschil. Het gaat om bewaken en bewaren. Dat is alles wat ik wil.’ (bekijk en beluister het nummer hier) Franky zong luidkeels mee. Moedeloosheid maakte alweer plaats voor strijdlust. Zo was hij ook als voetballer. Tot aan het laatste fluitsignaal de mouwen opgerold, mekkerend, maar nimmer wanhopig.

Zo’n mens wens je een tube umami toe. De ultieme smaakstof die van een modale ploeg alsnog een topelftal maakt. Een minister-van-staat van het Belgische voetbal moet deze vernederingen eigenlijk bespaard blijven. Ik hoop dat Sint-Truiden ook volgend jaar nog in eerste klasse speelt. Voor Franky alleen al. De voldoening zal groot zijn voor een man die elke dag de pracht van de eenvoud demonstreert. Niet versagen, Fox!

(column verschenen in Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 22 januari 2012)


Piet Piraat

Uit een studie uitgevoerd in 53 landen blijkt dat België het land is waar mensen op het werk het minste worden gepest. Dat is een van de conclusies van een enquête van het onderzoeksbureau Monster. Ongeveer 38 procent van de ondervraagden in ons land gaf toe dat het met pesterijen op het werk te maken krijgt. In Groot-Brittannië is dat 70 procent. 38 procent is gigantisch veel. Wat is pesten? Een ruim begrip blijkt op de website van pestenophetwerk.net. Corporatief pesten, organisatiepesten, klantpesten, seriepesten, secundaire pesterijen, duopesten, groepspesten, plaatsvervangend pesten, regulatiepesten, residueel pesten, cyberpesten. Wie de uitleg leest, moet ooit wel al eens zijn gepest. Die 38 procent ligt dus aan de lage kant. Ik onderken het probleem, maar denk dat er af en toe wordt overdreven.

‘Wat heeft dit met sport te maken?’, vraagt u zich ongetwijfeld af. Dat brengt me tot een bekentenis. Ik heb ooit wel eens deelgenomen aan een groepspesterij op het werk. Mea culpa. Het was tijdens de Olympische Spelen van 2008 op de VRT-sportredactie. Een pientere eindredacteur plakte een gele Post-it op het werkblad van een neofiet. ‘Peter Van De Velde + telefoonnummer’, vermeldde de notitie. We hadden dringend een specialist ‘zeilen’ nodig voor het avondprogramma van Frank Raes. In de trip van het vele werk en bij afwezigheid van kinderen op dat moment stond het slachtoffer niet stil bij de gekrabbelde naam. Een kleine googlezoekactie zou hem naar Piet Piraat hebben geleid. Peter Van De Velde is de acteur die Piet Piraat vertolkt in de reeks van Studio 100. In plaats daarvan vroeg hij de eindredacteur wat hem te doen stond. ‘Bel die mens eens. Hij is een goede zeiler en heeft nog altijd een boot. Dat zou een goede gast zijn bij Frank op de sofa straks’, vertelde die stijf serieus. Negen hoofden krompen ineen achter een computerscherm in een poging om het schuddebuiken onder controle te houden. Een hilarisch telefoongesprek volgde. De lachsalvo’s na het inhaken werkten aanstekelijk. Ze gaven ons energie om alweer een dag van achttien werkuren (en dat werd zeker niet als corporatief pesten ervaren) te kloppen.

Pesterijen of humor? Soms is de grens flinterdun. Betrokkene heeft er geen trauma aan overgehouden en is ondertussen zelf een gewaardeerd eindredacteur. Hij kijkt ongetwijfeld uit naar de zeilprestaties van Evi Van Acker op de komende Olympische Spelen in Londen. Stagiairs en nieuwkomers kunnen deze column maar beter hebben gelezen. Anders lijken alle voorwaarden vervuld om een traditie te installeren.

PS: Peter Van De Velde is vandaag jarig. Gelukkig verjaardag, Piet…euh Peter.

(column verschenen in Nieuwsblad/Sportwereld op zondag 15 januari 2012)


Zum Kotzen

Laat dit een oproep en een wens voor het nieuwe jaar zijn. Een uitnodiging gericht aan de colleges der hoofdredacteuren van alle media te lande: schaf die achterlijke reacties onder de redactionele bijdragen op jullie websites nu eindelijk eens af! Zum Kotzen zijn ze. Galspuierij in gedegenereerd Nederlands ter bevordering van de verzuring van de samenleving. Kunt u me daar de meerwaarde van aantonen? Ik lees ze zelden of nooit en ga mijn kinderen verbieden om het te doen. In de hoop dat die onzin er niet meer is op het moment dat ze er zich echt tot aangetrokken voelen.

Mijn nieuwsgierigheid werd een tiental dagen nog eens geprikkeld toen onder een verslag van de veldrit in Leuven – niet eens een klassementscross – in een mum van tijd meer dan 50 reacties verschenen. Sven Nys had de wedstrijd gewonnen, tegenstanders waren er niet omdat ze ziek hadden afgemeld. Wat was daar nog meer over te vertellen? Veel blijkbaar, want Nys had het aangedurfd om terecht de vele forfaits in vraag te stellen. De reacties waren niet mals. De topveldrijder als pispaal van het klootjesvolk dat al lang geen moeite meer doet om goed te schrijven. In een wereld waarin noch en nog hetzelfde zijn, akkoord ook wel eens als akkoort wordt geschreven en dt-fouten als een statussymbool worden beschouwd kan en mag blijkbaar alles. Verwensingen, ergerlijke laster en goedkope insinuaties. Het kan allemaal onder een pseudoniem, zelden onder de echte naam. Wie oprecht van sport houdt, heeft op fora niets te zoeken. Verder dan het niveau ‘Wellens blinkt, Nys stinkt’ (maar dan met een d in plaats van met een t geschreven) geraakt men er toch niet. Wie het goed meent en de verzuurde commentaren probeert te counteren doet het liefst geen moeite. Als de ernstige mensen zich onthouden, heft het fenomeen zich zonder twijfel zelf op. Zelfvernietiging als corrigerende factor. Het forum verworden tot het exclusieve universum van de randdebiel op zijn eigen facebookprofiel. Een nobel streven voor 2012.

Ik snap de gratuite kritiek op atleten als Sven Nys overigens niet. Alsof je op het einde van een veldrit als eerste over de streep bolt zonder inspanningen te hebben geleverd. Hetzelfde geldt voor Kevin Pauwels, Niels Albert, Bart Wellens, Klaas Vantornout, Rob Peeters en alle anderen. Loon naar werken: in de topsport is het devies genadelozer dan in het reguliere circuit. Is het zoveel moeilijker om te supporteren voor iemand dan tegen iemand? Nog een tip voor de azijnpissers. Als Sven Nys vanmiddag in Hooglede voor de achtste keer Belgisch Kampioen wordt, kunt u dit gebruiken: ‘Agt keer Belgisch Kampioen. Dik verdient, Sven!’ Dan maakt u zich deze keer alleen vormelijk en tenminste niet inhoudelijk belachelijk.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zondag 8 januari 2012)

De reacties op deze blog worden niet gepubliceerd…het is een begin.


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 75.590 other followers