The punishment doesn’t fit the crime

6 11 2009

De persagentschappen zullen de komende uren, weken en maanden sportieve Vlaamse onheilstijdingen blijven braken: Sugar Jackson mist drie keer een verblijfscontrole, Volleybalclub Averbode verzaakt aan test omdat ze de trainingsuren hebben veranderd, Wouter Weylandt krijgt bezoek van Vlaams dopingarts Hans Cooman op het moment dat hij op de fiets zit in de Ronde van Spanje. Het zijn telexen waar je aan went, maar die vermeden kunnen worden. Als sporters doen wat ze wordt opgedragen, de whereabouts ten allen tijde correct invullen. Ook als ze totaal onverwacht eens niet thuis slapen, want het gaat tenslotte om jong en patent volk. Een simpele sms kan volstaan. Meer is het niet. Wickmayer en Malisse zijn in de fout gegaan. Allicht – hopelijk –  niet met de intentie om de boel te belazeren, maar wel meerdere keren. En dat laatste kan door de mensen die een oordeel moeten vellen als arrogantie worden gepercipieerd. Zeker als je als beoefenaar van de tennissport de wereld en niet Vlaanderen als je universum beschouwt. Een zware misrekening met pijnlijke gevolgen. Is de schorsing van een jaar de afstraffing voor die vermeende arrogantie, het misprijzen ten opzichte van het werk van de dopingjager? Het is perfect mogelijk. Is deze uitspraak een afrekening met een sport die de jongste jaren bekend stond om zijn protectionisme? Ook dat kan.

Ik ben een groot voorstander van de controle buiten competitie en dus ook van de whereabouts an sich. Ze verkleinen de mazen van het dopingnet aanzienlijk en maken de sport eerlijker. Maar slordigheden, nalatigheden en vergissingen zijn niet te vermijden. Dat is ook zo in het leven van de gewone burger. Administratieve sloddervossen heb je overal. Het invullen van de verblijfsgegevens is dus een extra partikel van de discipline die een topsporter zich moet opleggen. Is het niet logisch dat dat een adaptatieperiode vergt? Een bewustwordingsproces heeft zijn tijd nodig. De tot wet verworden ambtenaar moet beseffen dat een wet ook een geest en een hart hoort te hebben. We moeten naar een cohabitatiemodel waarin jager en prooi samen kunnen functioneren. Een beetje menselijkheid behoort tot de ethiek van de jacht. Was het in het geval van Wouter Weylandt nu zo moeilijk om de telefoon te nemen en de renner er van op de hoogte te brengen dat hij administratief niet in orde was? Ze wisten toch waar hij zat. In de Ronde van Spanje. Dat is een grote rittenkoers die gereden wordt op een schiereiland, heren dopingjagers. Daar vult elke Vlaamse krant iedere dag een pagina mee. Of mogen ze op de Vlaamse Gemeenschap geen kranten lezen tijdens de werkuren? Ik hoop dat dokter Cooman met het schaamrood op de wangen stond toen hij aan de voordeur van Wouter Weylandt te horen kreeg dat de heer des huizes in Spanje aan het koersen was. Ook dat getuigt van verregaande arrogantie en dédain voor het beroep van de gecontroleerde. Respect werkt in twee richtingen.

yanina

Vlaams Doping Tribunaal

Is de schorsing van 1 jaar effectief zonder opschortende voorwaarden voor Yanina Wickmayer en Xavier Malisse door het Vlaams Doping Tribunaal te zwaar? It’s a no brainer. Natuurlijk is die straf overdreven. Ze is zelfs ronduit belachelijk. Vlaanderen bijt opnieuw in zijn eigen staart. Het is het veroordelen van een kruimeldief tot de elektrische stoel, een overspelige echtgenoot tot castratie, een tennisspeler en -speelster tot de donkerste krochten van de hel. Want dat zijn ze, de challengertornooien waartoe Xavier Malisse en Yanina Wickmayer door deze straf opnieuw worden gedwongen. In het geval van Malisse zou dit zelfs het vroegtijdige einde van een carrière kunnen betekenen. The punishment doesn’t fit the crime. Laat u niets wijsmaken. Yanina Wickmayer en Xavier Malisse worden door het Vlaams Doping Tribunaal niet voor 1 jaar, maar voor 2,5 tot 3 jaar verbannen. Iemand moet het rankingsysteem van de tennissport dringend nog eens gaan uitleggen aan de Zuiderlaan in Gent. Beide spelers verliezen de volgende maanden al hun duur verdiende punten en maken een vrije val op de wereldranglijst. En dat terwijl de procureur het dossier zelf te licht vond voor een effectieve schorsing:

‘Het gaat hier niet over een dopingpraktijk in de enge zin van het woord, maar veeleer om een nalatigheid of slordigheid. Ik wil daarom een signaal geven aan alle topsporters: de regels moeten worden gerespecteerd. Ik eis dan ook geen feitelijke schorsing maar een principiële beteugeling van de feiten die hen te laste worden gelegd’, aldus procureur Geert Cheyns twee weken geleden.

Cheyns is een man met hersenen, terwijl de leden van het Tribunaal die tot de sanctie zijn gekomen bezwaarlijk een teveel aan grijze massa kunnen worden aangewreven. In een vlaag van zinsverbijstering hebben ze een tornado laten razen over de oogst van tien jaar noeste arbeid. Of hopen ze op een decoratie omdat ze de code van het Wereldwijde Anti Doping Agentschap tot op de letter hebben nageleefd? Dan vergeten ze dat in de rest van de wereld – zelfs in Franstalig België – iets lakser wordt omgesprongen met het invullen van de whereabouts en dat iedereen gelijk voor de wet een wel heel rekbaar begrip wordt. Of ik medelijden heb met Wickmayer en Malisse? Een beetje, maar mijn medeleven gaat vooral naar procureur Geert Cheyns. Hoe moet die zich voelen na de publieke reprimande van hét Tribunaal? De vermaning die hij vroeg voor beide sporters – want dat was wat hij echt wou – heeft hij verdorie zelf gekregen.





Renner willen worden (bis)

4 11 2009

De VOORINTEKENING van de luxe-editie van RENNER WILLEN WORDEN is geopend. Het boek kan nu besteld worden via www.uitgeverijkannibaal.be voor de prijs van 16 euro i.p.v. de winkelprijs van 19,95 euro.

cover RENNER WILLEN WORDEN (luxe-editie) voor twitter

Hieronder vind je een fragment uit het hoofdstuk waarin beschreven wordt hoe de eerste koerservaring verliep…

BRUSSEL-INGOOIGEM 2002

..een dik uur voor het effectieve vertrek rijden we de parking van het sportcentrum van Sint-Agatha op. De schrik slaat me om het hart als ik de al aanwezige MEZ-wagens opmerk. Een grote groep wielerliefhebbers, drie cameraploegen en een handvol fotografen zwermen rond de wagens. Nog nooit heeft de ploeg zoveel belangstelling genoten. Ik gun het de sponsor, maar zie het zelf liever anders. De extreme aandacht voor een patattencoureur is inherent aan het gewijzigde medialandschap. Tien jaar geleden zou het ondenkbaar zijn geweest dat een redactie hiervoor een cameraploeg zou opofferen. Toen zou mijn debuut onopgemerkt gepasseerd zijn, zoals ik het het liefste had gehad.

Ik trek mijn pet diep over mijn ogen en probeer geruisloos mijn fiets bij de mecanien te loodsen voor een laatste inspectie. -Smeer je de ketting nog eens? Bedankt. Ik word van alle kanten belaagd. -Karl, een handtekening? -Meen je dat? Ik probeer te voelen wat een renner in de Tour elke dag ondergaat, probeer me in te leven in de situatie waarbij de camera deel uitmaakt van je leven. Het begrip voor een weigering wordt groter. Alleen kan ik dat vandaag niet maken en waarom zou ik? De collega’s zijn ook maar op pad gestuurd door een eindredacteur en proberen een deftig stuk binnen te brengen. En ook al hoort pathetiek nu eenmaal bij de wielersport, ik moet dit ook niet opblazen. Straks, als ik halfweg de koers uit de wedstrijd stap, zijn ze allemaal verdwenen, verschwunden en een volgende keer zijn ze er gewoon niet meer.

Dezelfde vragen komen steeds terug, dezelfde antwoorden ook. Ze blinken allebei niet uit door inventiviteit. Wat heb ik in godsnaam ook te vertellen? Ik kan toch moeilijk zeggen dat ik een top-10 plaats ambieer om die mensen een plezier te doen. Innerlijk hoop ik 100 kilometer mee te glijden. Ik verkondig dat 80 kilometer al een enorm succes zou zijn. Stef knipoogt. Ze willen mee de kleedkamer binnen. Weigeren is moeilijk. Ik weet niet meer waar mijn hoofd staat. Normaal zit er een systeem in het aankleden, deze keer loopt het compleet in het honderd…

uit RENNER WILLEN WORDEN van Karl Vannieuwkerke (luxe-editie)

Nu bestellen betekent dat je 16 euro betaalt ipv de winkelprijs van 19,95 euro.Voor die 16 euro wordt het boek ook thuis bezorgd. Voorintekenen kan enkel via www.uitgeverijkannibaal.be

RENNER WILLEN WORDEN is gedrukt op luxepapier, heeft een harde kaft, een zilverkleurig leeslintje, extra tekst, trainingsschema’s en een exclusieve fotoreeks van Stephan Vanfleteren.





Renner Willen Worden

30 10 2009

Begin december ligt een luxe-editie van RENNER WILLEN WORDEN in de boekhandel. Het boek bevat 32 extra pagina’s met tekst, trainingsschema’s en een prachtige fotoreeks van Stephan Vanfleteren.

Hieronder een voorsmaakje in de vorm van een kort hoofdstuk uit RENNER WILLEN WORDEN:

fiets_close 19

De superdag

Het platteland buigt onder de windvlagen, felle regen geselt te magere rennersbenen. Af en toe een hagelbui. Koeien blijven op stal, honden liggen voor het haardvuur. Apocalyptische omstandigheden in Noord-Frankrijk. In deze streek wordt Vlemsch gesproken. En dan? In mijn groepje wordt niet gesproken. Ik dicteer ze met mijn benen te zwijgen. De wind kan me niet deren. Zij happen naar adem, ik doe mijn mond niet open en hou twee vingers in mijn neus.

Zesendertig per uur, zevenendertig per uur, achtendertig per uur. Snuit pal in de loeiende zuidwester die vanover zee komt. Harder, Karl! Stemmen in mijn hoofd bevelen de benen. Die benen volgen moeiteloos. Ik voel niks. Geen pijn, geen slijtage. Een ervaren prof zegt me dat ik hem pijn doe, zijn trouwe trainingspartner – ook een prof – smeekt me trager te rijden.

Trager, dedju? Kus mijn edele delen. Rapper. Veertig tegen de storm in. Een vierde metgezel hangt te slingeren in de wielen, kop en schouders helemaal tussen zijn kader geplooid. Ik leg mijn handen boven op het stuur. Dit is de dag waar ik zo lang van heb gedroomd, dit is de dag waarop de puzzelstukken in mekaar zullen vallen. Ik ben onoverwinnelijk vandaag. Waar blijft de massa die me hoort toe te juichen? Haal de moeders uit de keukens en de vaders van voor hun kijkkasten. Laat de kinderen spandoeken maken. Ik kom eraan.

Ik zal jullie allemaal martelen tot het einde en dan triomferend over de streep rijden. Het wordt een orgastische gewaarwording. Jullie verdiende loon voor die ontelbare keren dat het omgekeerde is gebeurd.

De grootste versnelling is niet groot genoeg is. De dertien is voor mietjes, de twaalf voor jeanetten, de elf het wapen van de keizer. Waar is de tien? De steilste heuvel is te plat. Ik zal jullie allemaal degraderen tot meelopers. Sukkelaars. Achtervolgen zal jullie lot zijn! Ik heb hem eindelijk. Dit is mijn gloriedag. Ook patattencoureurs hebben recht op een superdag. Eén! Alleen niet wanneer ze dat zelf willen. Het is donderdag 2 januari 2003, een ordinaire trainingsdag.

De luxe-editie van RENNER WILLEN WORDEN wordt uitgegeven bij Uitgeverij Kannibaal en zal in de winkel liggen voor 19,95 euro (inclusief zilverkleurig leeslintje). Vanaf volgende week kan het via voorintekening besteld worden op de website www.uitgeverijkannibaal.be voor 16 euro (inclusief portvrije verzending).





Frank Vandenbroucke, laatste ticket naar de zon!

13 10 2009

Maandag 17 augustus 2009. Westouter,een dwergdorp in het West-Vlaamse Heuvelland, maakt zich op voor de Belcanto Classic. Een jaarlijkse wedstrijd voor vijfhonderd wielertoeristen genoemd naar zijn schepper Guido Belcanto. Ik merk hoe het dorp uren voor het startschot bijna in een staat van verrukking verkeert. Frank komt! Hij komt echt! Frank Vandenbroucke, half God half mens. Frank, kind van Zeus en Hera, zal zich mengen tussen de wielertoeristen, uit de kluiten gewassen West-Vlaamse boerenkinkels die op woensdag voor het melken en op zondag voor de mis met de fiets rijden. Het siert hem. Het godenkind dat zich tussen de massa begeeft. Twee uur voor de koers daagt hij al op. Als dandy. Italiaanse snit, haar netjes in de plooi, schoenen gepoetst. De charme in persoon. Hij omhelst Patrick Lefevere, kust een blonde schone, drukt ons de hand. Voor de start verdwijnt hij gedurende een uur. Bij zijn terugkeer deint een bewonderende golf door het publiek langs de nadars. VDB is getooid in een – als was het op maat gemaakt – retropakje. Hagelwitte koersbroek en -trui, donkerblauwe MIKO-reclame geborduurd op de borst, roze schouderstukjes. Zijn spichtige beentjes glimmen van kracht. Lang onderstel, kort bovenlijf. Een jongen geboetseerd om op een fiets te zitten.

Frank komt naar Westouter om te behagen en behaagd te worden. Dat wil de Belcanto Classic overigens ook. “Een koers om te beminnen, niet om te winnen!” kelen ze in Westouter al vijftien jaar. Ach, vergeet het. Zet een beetje testosteron op een fiets en het wordt competitie. Elke wielertoerist in de Westhoek droomt van een plaats op de erelijst van de Belcanto Classic. Franks vader Jean-Jacques was hier een paar jaar geleden nog tweede. Geklopt in de massaspurt. Het gebeurt wel vaker dat oud-profs hier een aantal ronden meerijden om zich dan netjes op de kant te zetten en de wielertoeristen het onder mekaar te laten uitvechten. Vandaag niet. Frank Vandenbroucke, ooit winnaar van Parijs-Nice, Luik-Bastenaken-Luik, Vueltaritten en zovele andere koersen, zal in de slotronde een laatste tegenspartelende wielertoerist afschudden en molenwiekend met de armen over de aankomstlijn rijden, voor een allerlaatste keer blijkt nu. Een klein applaus en veel boegeroep zijn zijn deel. Ik voel ook ongeloof en woede. Wie bewijst VDB hier een dienst mee? Waar haalt hij het recht vandaan om die ene wielertoerist een eeuwig gloriemoment te onthouden? Ik ben van plan hem mijn mening te geven, maar krijg die kans niet. Frank is weg, doorgereden, alweer op de vlucht. Deze keer voor het kritische deel van het publiek dat hem niet op applaus, maar op hoongelach onthaalt.

VDB voor video

Ik post ’s anderendaags een bericht op het prikbord van mijn facebookpagina omdat ik weet dat hij dat – als facebookvriend - misschien zal lezen. “Vandaag naar de Belcanto Classic geweest. Winnaar: Frank Vandenbroucke. Gevleugeld klimmer met de armen breed open, vliegend als een albatros. Denkt hij daarmee een profcontract te versieren?” Een half uur duurt het alvorens een sms-bericht van VDB binnenloopt: “Bisous van de gevleugelde albatros. Is dat niveau?” Ik beslis niet onmiddellijk te reageren en hem wat te laten sudderen. Drie uur later rinkelt de telefoon. Ik herken zijn nummer en verwacht me aan een scheldtirade. Integendeel. Aan de andere kant van de lijn hangt een charmante mens. Nooit eerder gingen voor mij de deuren van de ziel van VDB zo open als in dat telefoongesprek van een half uur half augustus. ‘Wat moet ik doen om de mensen gelukkig te maken? Als ik win in de Belcanto Classic ben jij ongelukkig, als ik niet win zeggen mijn supporters dat ik zelfs geen wielertoerist meer kan kloppen en zijn zij ongelukkig. Probeer je eens in mijn hoofd in te leven. Het is niet altijd zo gemakkelijk als jullie denken. Ik weet het vaak ook niet meer’.Hij besluit het gesprek met: ‘Ik zie je graag!’. ‘Frank, ik jou eigenlijk ook.’, heb ik geantwoord. Het zijn de laatste woorden die we ooit hebben gewisseld. Ik zag hem nog op het WK in Mendrisio, maar we kwamen in de drukte niet verder dan een enthousiast handgebaar.

Frank Vandenbroucke was op heldere momenten een fijnbesnaarde, innemende en gulle medemens. Het loopt helaas fout in het voorjaar van 1999. In de vorm van zijn leven leert hij ook een andere, duistere kant van het bestaan kennen. Samen met Philippe Gaumont geeft hij zich helemaal over aan de nachtwereld. Het heeft geen invloed op zijn prestaties. Dan nog niet. Het wakkert wel zijn niet normale en ziekelijke lust naar roesmiddelen aan. Daar pleegt hij euthanasie op één van de meest indrukwekkende erelijsten ooit in de wielergeschiedenis. Frank gaat na zijn sportieve hoogtepunt 10 jaar als toxicomaan door het leven. Hij wil op de goede momenten nog wel vooruitblikken, maar voelt keer op keer de adem van zijn verleden in zijn nek. Dat maakt hem onzeker, angstig en manisch depressief. Ook nu. Frank had schrik van de winter, van de donkere dagen, van de knagende onzekerheid hoe het verder moest in het leven. Angst om zelfs uit de waaier van de wanhoop gelost te worden. Zijn laatste ticket naar de zon, een vakantie naar Senegal, zou wel eens symbolisch kunnen geweest zijn. Pure verspilling is het. Frank Vandenbroucke leerde ons immers wat wielrennen echt is: dansen in een strijd tegen de tijd!