Kleine kantjes. Ze zijn des mensen. Ik heb er ook. Genoeg. Zo heb ik bijvoorbeeld een gloeiende hekel aan dt-fouten. Ik kan er niet mee om. Het resultaat van twaalf jaar college. Als ik er zelf één maak, ben ik een hele week humeurig. Als mensen rondom mij ze maken, kan ik het niet laten om ze erop te wijzen. Als een dt-fout in een reportage van mijn geesteskind Vive le vélo! sluipt, ben ik hypergevoelig. Dan weten de verantwoordelijken dat ze het eerste half uur na de uitzending het best uit mijn buurt blijven. Als we op antenne zijn, ontsnapt zo’n dt-fout me zelden. Gisteren wel. Helemaal opgeslorpt door de reportage met de weduwe van Andrei Kivilev die op 11 maart 2003 het leven liet op een onbeduidende strook asfalt in de straten van Saint-Etienne keek ik niet naar de kwaliteit van de ondertitels. Pas bij een tweede visie merkte ik de fout op en betrapte ik mezelf erop dat ik niet boos werd. Integendeel. Ik stuurde Sammy Neyrinck, de maker van de reportage, een sms met welgemeende felicitaties. Hij maakte het meest aangrijpende stukje televisie in de bestaansgeschiedenis van dit programma. Als een volleerde televisiemaker maar met ontzaglijk veel respect voor een weduwe en een zoon die zijn vader nooit heeft gekend.

Een reportage die ervoor zorgt dat ik straks in een luie strandzetel nog aan Léonard zal denken. Zes maanden oud toen zijn vader in Parijs-Nice stierf omdat er nog geen helmplicht was. Dat laatste een gevolg van die ene fatale val. ‘Ik heb mijn papa nooit gekend, maar men heeft me verteld dat hij een uitzonderlijk persoon was!’, las de nu 11-jarige jongen voor uit de brief die hij ook naar Tourbaas Christian Prud’homme verstuurde. Elke woord hakte fors in op mijn hart en ziel. Bij een vader van een zoon van elf komt zoiets nog harder aan. ‘Op die bewuste dag voelde mijn man zich een beetje ziekjes en wou hij eigenlijk niet starten. Hij wou uit de wedstrijd stappen. Maar even later belde hij terug dat ik onze baby van zes maanden mooi moest aankleden, want dat hij eraan dacht om op het podium te staan. Maar hij is er nooit geraakt’, fluisterde zijn weduwe Natalya. Op het foute moment op de verkeerde plek zijn. Het werd de voorbije dagen geïllustreerd in allerlei omstandigheden. Was Kivilev op die elfde maart maar niet op zijn fiets gestapt.

Sammy Neyrinck, Olivier Smets en Steven Van Hyfte legden donderdag ruim 900 kilometer – Saint-Etienne-Nice en terug – af voor één interview. Een gesprek dat het verschil maakt, dat mensen stof geeft tot nadenken. Ze doen het uit passie voor de stiel en het leven. Het is een eer dat ik met dit soort mensen kan en mag samenwerken.

(column verschenen in Het Nieuwsblad op zaterdag 19 juli 2014)

Zijn voorwiel tikte het achterwiel van Jens Keukeleire aan, een val was het onvermijdelijke gevolg. Een aanzienlijk deel van het vel van de Tourwinnaar van vorig jaar bleef aan het korrelige asfalt van een rechte Noord-Franse weg plakken. Het was een gewone rit. Van Le Touquet naar Lille. Spurtersvoer zonder gevaar voor de klassementsjongens. Chris Froome veerde gezwind recht, zocht zijn fiets en werd op pad geholpen door de ploegmaats. Als een kuiken omringd door vier moederkloeken werd hij terug in het peloton geloodst. Niets aan de hand. De obligate val waar iedere renner in de Ronde van Frankrijk mee wordt geconfronteerd. Is er niets gebroken dan rij je gewoon verder. Zo schatten wij de situatie dinsdagavond in.

We hebben de impact van zo’n val daags voor de beruchte kasseienrit op het moreel van de broze Froome onderschat. Angst regeerde onder zijn schedelpan. De nacht van dinsdag op woensdag moet hij een paar keer badend in het zweet wakker zijn geworden. Het getik van de regen tegen het raam hielp niet om snel opnieuw de slaap te vatten. In de teambus op weg naar de Grote Markt van Ieper wist hij plots niet meer wat fietsen was. ‘Zit mijn achterrem nu links of rechts?’, hoorden we hem Dave Brailsford nog net in het oor fluisteren. Chris wist het echt niet meer, kroop met de daver op het lijf op zijn fiets en verdween door de Rijselpoort in Ieper op zoek naar de eerste kasseistroken. Die zou hij nooit zien. Een eerste nieuwe val nog op Belgisch grondgebied versterkte zijn geloof dat hij niet meer kon fietsen. ‘Wie helpt me aan steunwieltjes?’ Niemand. De ploegmaats brachten hem nog één keer terug. Toen hij een paar kilometer voor de kasseistrook van Gruson opnieuw tegen de vlakte ging, wist je het zeker. Froome stapt eruit. De lens van de camera registreerde vertwijfeling en berusting in één beeld. ‘Dit kan ik mijn ploegmaats niet aandoen, maar nu lig ik het liefst in een zetel met Michelle en onze kat in de buurt!’ Hinkend op twee gedachten zette Chris zich op de achterbank van de volgwagen en liet hij de ploegdokter het portier dichtslaan. De kroniek van een val in drie tijden en het vroegtijdige vertrek van dé Tourfavoriet na amper 5 dagen. Drama.

Nog voor Froome goed en wel in de wagen zat, ging een foto van Bradley Wiggins die met een brede smile L’Equipe las de wereld rond. Alberto Contador en Vincenzo Nibali konden een glimlach niet onderdrukken toen ze van hun sportdirecteur vernamen dat hun voornaamste concurrent weg was en Jurgen Van den Broeck zag plots het podium in Parijs op zijn netvlies verschijnen. De een zijn dood is de ander zijn brood. De sportwereld is keihard.

(column verschenen in Het Nieuwsblad van zaterdag 12 juli 2014)

 

Schermafbeelding 2014-07-11 om 20.08.24

De vergankelijkheid van het rennersbestaan werd deze week geïllustreerd door twee nieuwsberichten die mekaar opvolgden: BMC gaat het contract van Thor Hushovd niet verlengen was het eerste, al snel gevolgd door het nieuws dat de Noor niet meer van start ging in de vierde rit van de Dauphiné Libéré en ook de Ronde van Frankrijk van zijn agenda schrapte. Een dag eerder was hij in een vlakke rit op bijna 17 minuten van winnaar Arndt binnengelopen. Thor bekeek zijn imposante lijf in de spiegel van een Frans hotelletje en was eerlijk in de analyse: ‘Ik moet de hand in eigen boezem steken. Ik ben niet op de goede weg, ver verwijderd van mijn topvorm en verdien het niet om te worden geselecteerd voor de Tour!’ Ruiterlijk. Hushovd leeft al een paar jaar in Monaco-modus. Laisser faire. Koffietje aan het casino, trainingsritje in het hinterland, voldaan terugkijken op de verwezenlijkingen van het verleden. En die zijn niet min. Wereldkampioen, Gent-Wevelgem, twee groene truien en twaalf ritten in de Tour waaronder een magistraal nummer op weg naar Lourdes in 2011. De bonkige spurter won er als wereldkampioen – een titel tien maanden eerder veroverd in Australië – de Pyreneeënetappe over ondermeer de Col d’Aubisque. Het is het eerste verhaal dat ik later aan mijn kleinkinderen vertel als ze me ooit vragen wie Thor Hushovd was. Misschien klets ik er nog achteraan dat hij in de afdaling van de Aubisque achterna werd gezeten door een roedel wolven en alleen op die manier opnieuw op het wiel van de Fransman Jérémy Roy geraakte. De overlevering wil ook wat. Maar aan de essentie ga ik niet raken. Puur genot.

Mijmeringen over wat is geweest. Het lijkt het enige wat nog rest voor een man van 36 jaar. ‘Einde verhaal!’, was het eerste wat door mijn hoofd spookte toen ik de berichten las. Maar zeker is dat niet. Thor is taai en zegt voorzichtig dat er wel wat interesse is. Gaat hij dan ergens gratis rijden? Of voor een appel en ei? Geen enkele pro continentale ploeg kan in de buurt van zijn looneisen van de voorbije jaren komen, Hushovd zelf niet meer in de buurt van zijn beste niveau. Een ritje in een kleine ronde, type Poitou-Charentes, kan nog. Maar een zege in een monument? Nee toch. Twee derde plaatsen in Milaan-Sanremo, een tweede en een derde plaats in Parijs-Roubaix. Daar zal het wel bij blijven. Misschien moeten de managers van alle wielerploegen ter wereld een gentlemen’s agreement tekenen: ‘We laten Thor gerust en gunnen hem een mooie oude dag. Niemand trekt aan zijn mouw!’ De wereldkampioen van 2010 moet tegen zichzelf worden beschermd. Het aftakelingsproces bespaard. De minzame Noor verdient het.

(column verschenen in Het Nieuwsblad van zaterdag 14 juni 2014)

We zaten op een aanlegsteigertje aan het Lac de Vassivière en keken naar de ondergaande zon. Vlakbij ons haalde een visser een baars naar boven. Het Plateau de Millevaches als ideale plek om te mijmeren over het wielerverleden van de man die naast me zat. Raymond Poulidor, drie keer tweede en vijf keer derde in de Tour, nooit een dag in de gele trui. L’éternel deuxième. De eeuwige tweede, maar wel winnaar van de Waalse Pijl, Milaan-San Remo, Parijs-Nice(2x), de Dauphiné Libéré(2x), het Internationaal Wegcriterium(5x) en de Vuelta. Ik was vorig jaar op bezoek bij hem voor het televisieprogramma God in Frankrijk. Het eerste wat Poupou me zei was: ‘T’as vu ce qu’a fait le petit Mathieu?’ Kleine Mathieu is de zoon van Adri van der Poel en Corinne Poulidor, zijn dochter. Het crossertje Mathieu van der Poel had net een rit in de Vredeskoers gewonnen. Een paar maanden later zou hij zich bij de juniors op de weg ook in de regenboogtrui hijsen. ‘Ah, il est fort ce garçon!’ Glinsteringen in opa’s ogen. Terechte trots.

Mathieu van der Poel is op 19 januari (datum die ik uit mijn hoofd ken omdat ik op dezelfde dag verjaar) 19 jaar geworden en reed afgelopen weekend prominent in beeld in de Ronde van België. Tussen de grote jongens. Vierde in de rit met aankomst in Les Lacs de L’Eau d’Heure. Een dag later in de aanval met Greg Van Avermaet. Ik dacht aan Raymond, zag de twinkeling in zijn ogen nog feller dan op die lenteavond in de Creuse. Ik weet niet waar de grenzen van die jonge Nederlander uit de Kempen liggen. Als er al zijn. Het beste van de genen van Raymond Poulidor en Adri van der Poel verzameld in één lichaam. Dat kan alleen maar klasse opleveren. Vergeten we niet dat vader ook op de erelijsten van de Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik, de Clasica San Sebastian en de Amstel Gold Race staat. Naar mijn bescheiden mening moet Mathieu zo snel mogelijk naar de weg. In het veld verprutst hij zijn tijd. Met occasionele tegenstand door zijn leeftijdscategorieën fietsen tot 2017 en wereldkampioen worden bij de profs alvorens afscheid te nemen. Gaat hij daar beter van worden? Ik betwijfel het. Adri was 37 jaar toen hij een wereldtitel in het veld veroverde. Dat kan Mathieu later ook. Als een nichesport als cyclocross dan nog bestaat. Mocht Zdenek Stybar geweten hebben wat hij nu weet, had hij de overstap naar de weg ongetwijfeld ook al een paar jaar vroeger gemaakt. Met wat extra ervaring had hij misschien al een klassieker op de erelijst. Waar hij de volgende jaren ook actief is, op het asfalt of in het slijk, ik blijf hem volgen. Want naast klasbak is Mathieu ook un mec sympa. Zoals zijn opa.

(column verschenen in Het Nieuwsblad van 7 juni 2014)

Het geween en het gemekker na de Girorit van afgelopen dinsdag waren aandoenlijk. Colombia zou vanaf die dag nooit meer hetzelfde land zijn. Vanaf nu verdeeld in twee blokken. Pro en contra. Bartali-Coppi, Merckx-Maertens, De Vlaeminck-Vandamme, Nys-Albert…Quintana-Uran. Boezemvrienden voor de rit, aartsvijanden erna. Eeuwige haat in duelvorm gegoten. Het woord viel. Hoogverraad. Nairo Quintana had het volgens sommigen gepleegd door een geneutraliseerde koers te dynamiteren en zijn landgenoot Rigoberto Uran in de afdaling van de Stelvio ongeneerd en onterecht op twee minuten achterstand te fietsen. De waarheid of de interpretatie van de verliezers? Volgens negentig procent van de ploegleiders sprak de wedstrijdradio over motards met rode vlaggen die de gevaarlijke bochten zouden aangeven. Een enkel Twitterbericht van de organisatie had het over de neutralisatie van afdaling van de Stelvio. Al even snel gecorrigeerd. Allicht nadat de stagiair verantwoordelijk voor de Twitteraccount door zijn bazen op de vingers werd getikt voor zijn communicatie. Geen enkele UCI-commissaris had iets over neutralisatie gehoord. Als ploegleider je team op basis van een tweet aan de kant zetten is niet de slimste zet. Tenzij je het doet uit opportunisme. Maar dat kan zich ook tegen je keren. Quod erat demonstrandum.

Quintana lapte zijn landgenoot Uran op de slotklim van Val Martello nog eens dik twee minuten aan de broek, maar dat wordt gemakkelijkheidshalve vergeten. Dan weet je wel dat de beste Colombiaan dit jaar de Ronde van Italië wint. Het basisprincipe van de sport – de wet van de sterkste – is gerespecteerd. Weet je wanneer grote managers van topploegen eens respect kunnen afdwingen? Als ze voor een rit als die van dinsdag en niet erna dit persbericht de wereld zouden insturen: ‘Beste sportvrienden, waarde organisatoren. Aangezien de weersomstandigheden op een hoogte van 2700 meter de gezondheid en het leven van mijn renners in gevaar brengen, hebben wij besloten om niet meer mee te doen in dit circus. Als de organisatie vindt dat er vandaag toch moet worden gefietst, verlaten wij stante pede de Ronde van Italië en komen we vijf jaar niet meer terug. Bedankt voor jullie begrip!’ Niemand moet aanvaarden om in deze omstandigheden te worden gedwongen zijn job uit te oefenen. Maar geen enkele manager – en al zeker niet die van de ploeg met de leider in zijn rangen – heeft de moed om dit statement te maken. Dat ze dan achteraf niet komen zeuren. Laat de advocaten maar doen. Quintana reed Uran in de klimtijdrit van gisteren weg. Dat kan alvast niet als argument worden gebruikt. Alora, congratulazione Nairo Quintana!

(column verschenen in Het Nieuwsblad van zaterdag 31 mei 2014)

Het was de overvloed aan verkiezingsprogramma’s die ons woensdag in de armen van Vier dreef. De indigestie diende zich aan en bijna in koor zeiden mijn vrouw en ik: ‘Genoeg!’. Na zestien jaar begin je mekaar een beetje aan te voelen. En zo kwamen we al zappend bij de reeks ‘Topdokters’ terecht. Ene meneer Kessler werd ontvangen door Dr. Guido Dua, neurochirurg. Op zoek naar een second opinion, want de arts bij wie de man eerder te rade ging, slaagde er maar niet in om een definitieve diagnose te stellen. Dr. Dua ging diagonaal door het dossier van meneer Kessler en kwam met slecht nieuws: ‘Ik vermoed dat u ALS heeft. Amyotrofe laterale sclerose.’ Wat tien dagen later na een batterij testen werd bevestigd. ALS is een vreselijke neurologische aandoening waarvan het belangrijkste kenmerk is dat de zenuwcellen in het ruggenmerg afsterven. Daardoor ontstaat progressief krachtverlies dat uiteindelijk tot de dood leidt door verlamming van de ademhalingsspieren. Ruim tien jaar geleden verloor ik een collega aan deze ziekte waarvan ik tot dan het bestaan niet afwist. Dr. Dua trok zijn wenkbrauwen omhoog en sneerde naar zijn collega die er niet in was geslaagd om dit al veel eerder vast te stellen: ‘Maar allez!’. Specialisten (in om het even welk domein) gunnen mekaar het licht in de ogen niet.

Achteraf hoorde ik dat Dr. Pedro Brugada, de befaamde hartspecialist, ook wel eens in de reeks ‘Topdokters’ opduikt. Brugada had de voorbije week zijn analyse van het dossier Niels Albert klaar nog voor hij het had ingekeken. ‘Ik kan zijn probleem oplossen!’, klonk het zelfverzekerd. Een vernedering voor het specialistenkorps in Antwerpen en Leuven dat Niels Albert tot een persconferentie om zijn afscheid aan te kondigen had gedwongen. Brugada, wereldautoriteit in hartritmestoornissen, verbaasde zich over het feit dat hij niet was geraadpleegd en dacht te weten waarom: ‘Als je in een Fiatgarage vraagt naar een Mercedes zeggen ze dat een Mercedes niet bestaat!’ Als oneliner te smaken. Vanuit het oogpunt van collegialiteit erg patserig. Het ego van meneer doktoor nog groter dan dat van de topsporter. Een oorlogje tussen medische fabrieken uitgevochten op krantenpapier op de kap van een patiënt. Verwerpelijk als je dacht aan de jongeman die net zijn droom had opgeborgen.

Waarom nam Pedro Brugada zelf nog geen contact op met Niels Albert? In alle stilte. Want ik hoop dat hij het – ondanks zijn aanstellerij – toch bij het rechte eind heeft en Niels kan helpen. Komaan, topdokter! Doe het in het belang van de jonge topsporter en in het belang van al wie van gepassioneerde, charmante en humoristische atleten houdt. Wij.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 24 mei 2014)

‘Ik dacht nergens aan. Ik probeerde gewoon zo hard mogelijk te fietsen!’ Niki Terpstra herinnerde ons afgelopen woensdag aan de onmetelijke schoonheid van een solovlucht. Hij had de dagen ervoor wel nagedacht. Over een pluchen paard. Zo’n exemplaar dat hij twee jaar eerder na winst in Waregem had gekregen. Van die kwaliteit dat zijn salaris het toelaat om er in China vijf containers van te bestellen zonder dat zijn bankrekening op het einde van de maand een gevaarlijke dip vertoont. Maar een tweede dier kopen was geen optie. Hij wou het paardje verdienen door te winnen! Na Luca mocht ook Zoey een knuffel met dezelfde emotionele waarde. Je ziet je kinderen allemaal even graag.
Er zullen de komende weken straffe dingen moeten gebeuren om het beeld van die solovlucht tussen Paterberg en Regenboogstadion te doen vervagen. Niki Terpstra gevangen in de eenzaamheid. Vechtend tegen de protesten van de vermoeidheid en voor elke seconde. In Flanders Fields opgejaagd door de vijand verpersoonlijkt door Stijn Devolder, Alejandro Valverde en Nicki Sörensen. Misplaatste maar snel gemaakte metafoor op een dag waarop een Amerikaanse president in de buurt van de aankomst gevallen soldaten komt eren en onze politici trakteert op een gratis les spreken in het openbaar. Door de kwaliteit en de namen van de achtervolgers was de solo van Terpstra nog sterker dan de vlucht over dezelfde afstand van twee jaar eerder. Zelfs zonder het stoorwerk van Steegmans waren Devolder, Valverde en Sörensen blijven plakken. Dat heeft met de onverzettelijkheid van de elk jaar sterker wordende Nederlander te maken. De carrosserie lijkt niet in verhouding tot de motor die erin steekt. Bij Cancellara en Boonen straalt het ervan af dat ze zo’n onderneming tot een goed einde zullen brengen, bij Terpstra twijfel je. Onterecht. Ook in hem schuilt een alfaman.
© mvh (Het Nieuwsblad)

© mvh (Het Nieuwsblad)

Niki startte zijn wieleractiviteiten bij wielerclub DTS. Door Training Sterk. Tja. Geheimen zijn er niet. Een rit in de Ronde van België, een etappe in de Dauphiné Libéré, eindwinst in Qatar, twee keer wereldkampioen ploegentijdrijden, twee keer Nederlands Kampioen op de weg en twee keer Dwars door Vlaanderen. Het rijtje wordt almaar langer. Maar die van afgelopen woensdag was met voorsprong de mooiste. Patrick Lefevere – die klaarkomt bij de gedachte aan een wereldtitel ploegentijdrijden – zal me nu allicht verwensen, maar wrijft zich ook in de handen. Terpstra kan straks in de Ronde van Vlaanderen (6e in 2012) en Parijs-Roubaix (5e in 2012 en 3e in 2013) in geval van nood zonder problemen het kopmanschap dragen. Als het even kan, maakt hij ook in Oudenaarde of Roubaix de bloemenmeisjes nat.

(column verschenen in Het Nieuwsblad/Sportwereld van zaterdag 29 maart 2014)